Dominee Waynse is een van de Tanzaniaanse vertaaladviseurs in opleiding. Waynse zal binnenkort niet alleen meer de Bijbel in zijn eigen taal vertalen (Simbiti), maar ook bijbelvertalers van andere talen helpen bij hun werk. Een van de buurtalen is Jita.

Waynse_translationcheck

Het is soms verleidelijk om te denken dat naburige talen de meeste dingen hetzelfde zeggen, maar dat is duidelijk niet altijd het geval.

In het Simbiti kan iemand zonder problemen tot honderd tellen door de getallen 0 tot en met 9 en 10 te gebruiken. Toen dominee Waynse het bijbelboek Jakobus in de Jita-taal moest controleren, kwam hij er tot zijn verrassing achter dat de Jita vertalers “zes” als “vijf en één” vertaald hadden. Lees verder →

Kinderen horen er in de kerk helemaal bij, en toch krijgen ze soms maar weinig aandacht in de dienst. Dat hoor ik van vrienden in Nederland, maar het geldt hier in Tanzania nog veel meer. Als ik op zondagmorgen om me heen zie ik doorgaans dat minstens de helft van de kerk gevuld is met kinderen. De meesten van hen zijn kleine kinderen. Lang niet allemaal beheersen ze al de landstaal die in de kerk gebruikt wordt. De bijbellezingen en de preek gaan over hun hoofden heen en de rest is eenvoudigweg niet interessant. In de meeste kerken komt een zondagschool maar niet van de grond. De kinderen zitten erbij, – vaak opmerkelijk rustig voor de urenlange dienst! – maar veren pas echt op zodra de drum uit de hoek komt en er gezongen en gedanst wordt.blog3

blog2

blog1

Ik mag regelmatig preken in een van de kerkjes in de buurt. Van tevoren denk ik altijd na over wat de boodschap zal zijn en hoe ik de boodschap wil overbrengen. Maar iedere keer als ik de kerk binnen kom en al die kinderen voor me zie, besef ik het weer: ik preek óók voor de kinderen!

blog11

Lees verder →

Wat was het een mooi moment toen we de eerste dozen met Bijbelboeken konden aanbieden. Bijna anderhalf jaar lang hadden de vertalers gezwoegd en gezweet om het eerste Bijbelboek zo goed mogelijk te vertalen in de Kabwa-taal. Vaak was de hulp van mensen in de dorpen gevraagd om te zien of de bedoelde betekenis duidelijk over kwam. Maar tot dan toe hadden de mensen niet meer gezien dan losse A-4tjes met een paar hoofdstukken vertaalde tekst.

Reading_chapters

Het was een feest toen ze eindelijk de eerste Bijbelboeken in handen kregen. Enthousiast werd er uit voorgelezen, en in de dorpen kon iets worden gezien wat niet eerder vertoond was: mensen die uit de Bijbel lazen in hun eigen taal. Heel bijzonder.

Lezen_Kabwa_vertaling

Maar niet iedereen was even gelukkig. Een oude Kabwa-spreker die ook een boekje had gekocht zei: “Dank u wel, maar ik kan niet lezen…”. Zijn woorden lieten mij niet meer los. De Kabwa-mensen waren nu wel bereikt met het Woord van God in hun eigen taal, maar… toch vooral zij die zelf konden lezen.

Al heel snel zijn er leesgroepen ontstaan. Regelmatig komen mensen bij elkaar om vloeiend te leren lezen in hun eigen taal. Wie dat kan, kan anderen laten meegenieten van het Woord. Voorlezen aan hen die zelf niet kunnen lezen. En dat zijn er nog al wat.

Voorlezen_in_kerk

Maar sommige mensen willen graag meer. Ze willen het Woord horen op de momenten dat ze dat willen, en niet wachten tot iemand eens de tijd heeft om voor te lezen. En zo ontstond het idee om audio-bijbels in te zetten, compacte apparaatjes die eenvoudig te bedienen zijn. Elektriciteit is niet nodig, want ieder apparaatje heeft een zonnepaneeltje achterop, zodat ze ook in de meest afgelegen dorpen gebruikt kunnen worden.

Megavoice photo© Copyright foto: MegaVoice

Met de audiobijbel zijn alle vertaalde Bijbelboeken af te spelen, prachtig ingesproken door iemand die de taal vloeiend spreekt. De Kabwa-mensen kunnen nu luisteren naar het Woord van God in hun eigen taal op alle momenten dat ze dat willen. Blinde en slechtziende mensen, zij die niet naar school konden gaan, en zij die niet gewend zijn om te lezen. Allemaal mogen ze nu meeluisteren naar wat God te zeggen heeft.

Velen van ons lezen liever dan dat we naar iets luisteren. Maar er zijn nogal wat culturen waar dat precies andersom is. Het kan ons zomaar ontgaan dat miljoenen mensen op deze aarde niet bereikt worden met geschreven woorden. Zij kunnen soms wel lezen, maar zijn hun leven lang al gewend om informatie tot zich te nemen door de luisteren, niet door te lezen.

Audio-Bible_listening

© Copyright foto: MegaVoice

Een audiobijbel is geen leuk extraatje dat eigenlijk overbodig is voor een serieuze zoeker, maar is op veel plekken een cruciaal middel om mensen in aanraking te brengen met de Woorden van onze God.

Tot voor kort kon ons vertaalteam de Bijbelwoorden alleen in boekvorm verspreiden. Wanneer iemand niet lezen kon, stonden we eigenlijk met lege handen. Dat hoeft nu gelukkig niet meer. Ongeletterdheid hoeft geen barrière meer te zijn om God te kunnen horen. “Vriend, kunt u niet lezen? Geen probleem. Hier is de audiobijbel in uw taal. God zegent u als u naar Hem luistert!”

 

Deze blog is een bewerking van een column die ik onlangs schreef voor het Reformatorisch Dagblad. De laatste twee foto’s zijn afkomstig uit een filmpje van de producent van deze afspeelapparaten, MegaVoice.

 

Er staan hier in Tanzania nogal wat onafgebouwde huizen. Ik denk zelfs dat aan de meeste huizen in onze buurt nog steeds wordt gebouwd. Duizenden stenen staan geduldig te wachten om ooit op een dag tot een huis te worden verwerkt.

brick-clamp-for-fire

Jezus zei ooit dat je de kosten goed moet doorrekenen voordat je begint een huis te bouwen. Doe je dat niet, dan zullen mensen je uitlachen omdat je wel aan iets was begonnen, maar het niet kan afmaken. Deze woorden klonken voor mij altijd nogal logisch, maar een gemiddelde Tanzaniaanse bijbellezer snapt niet goed wat het probleem is en waar om gelachen zou moeten worden.

Men denkt: Wie is er ooit in staat om al het benodigde geld bij elkaar te verzamelen voordat de bouw begint? Niemand. En als iemand zijn huis nog niet af heeft, dan komt dat vast doordat hij zijn geld aan belangrijkere dingen moest besteden. Het schoolgeld van de kinderen, of de dokter voor zijn moeder. Wie gaat stenen kopen als zijn kinderen hem thuis aanstaren en vragen: “Papa, waarom mag Neema wel naar school, en ik niet?” Een onafgebouwd huis kan zomaar een symbool van zorgzaamheid zijn, van een vader die zijn prioriteiten op orde heeft.

creditto-flickrdotcom-photos-stoneywish-3644497152-Het maken en uitvoeren van plannen, lijkt soms een zeldzame luxe te zijn. Zeker in een land waar niets zeker is. Waar je vandaag niet weet of je morgen nog een inkomen hebt, waar de regenseizoenen onvoorspelbaar zijn geworden, en waar je altijd extra geld op zak nodig hebt om de dokter vandaag nog naar je zieke kind te laten kijken. In zo’n land wordt het woord “plan” altijd voorzien van de uitdrukking: “als God het wil”. Het is een gevleugelde uitdrukking geworden, maar het is meer dan een betekenisloze slogan. Men heeft geleerd dat goede plannen geen garantie zijn voor een succesvolle uitkomst. Dat gebeurt alleen als God het wil.

Zendingswerk in Afrika lijkt een beetje op het bouwen aan een huis. Hoe goed en verstandig onze plannen ook zijn, je weet niet of het project af komt. Je weet zelfs niet of je de belangrijkste doelen zult halen. Er kan van alles tussenkomen. Als God het wil.

Geen enkele werker heeft de garantie om bij de voltooiing van het huis aanwezig te zijn en te genieten van het eindresultaat. Maar de bijdrage is relevant en het werk moet met overtuiging en overgave worden gedaan. De architect is een Ander. De werkers vertrouwen Hem en geloven dat het plan waardevol is en hun inzet de moeite waard. Het gaat niet om hen, het is voor Hem!

Zendingswerkers die geen vreugde vinden in het storten van een fundament of het aangeven van ruwe stenen, moeten leren om opnieuw de architect te vertrouwen. Het werk dat zij doen voor Hem is nooit tevergeefs, maar altijd waardevol (1 Korinte 15:58). Hij heeft het plan bedacht en houdt het eindresultaat voor ogen.

Als we zouden kunnen dromen en een blik slaan op het prachtige huis waaraan we mogen bouwen, dan zouden we zien hoe de ruwe steen die we met gekloofde handen aanreikten aan de metselaar, prachtig blijkt te passen in het totaalplaatje. Nu zien we dat nog niet. Maar vertrouwen op de architect betekent geloven dat wat we doen voor Hem, nooit zijn waarde verliest.

 [Deze column is gisteren gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad.]

Maandagmorgen. Ik was al vroeg op het vertaalkantoor. We zouden die dag een aantal hoofdstukken van een nieuw vertaald Bijbelboek bespreken. Terwijl de vertalers het kantoor binnendruppelden kwam het nieuws binnen dat een van onze vertalers zijn tweejarige dochtertje had verloren. In plaats van die dag aan de slag te gaan, waren we een uurtje later op weg naar de begrafenis.

Een kinderkistje is altijd te klein. Een meisje dat vrolijk zou kunnen rondhuppelen, ligt doodstil te wachten om begraven te worden. Lees verder →

We voelden ons aardig goed voorbereid toen we toeleefden naar onze uitzending. We hadden zin om naar Tanzania te gaan en om daar een verschil te maken in de levens van gewone mensen. We hadden echter geen idee hoe de werkelijkheid ons door elkaar zou schudden. En dat we het zonder de hulp van God nooit vijf jaar zouden volhouden.

Terwijl we ons voorbereidden, lazen we veel over het land waar we naar toe zouden gaan. We zagen foto’s van hongerige kinderen. We lazen verhalen over een snel groeiende jonge kerk. We hoorden over zendelingen die alles gaven om de liefde van Jezus maar door te geven. Het raakte ons diep, en dat gaf een verlangen om ook te gaan. En God stuurde ons.

Die hongerige kinderen blijken nu soms zo ondankbaar, brutaal, veeleisend. Je wordt door ze bestolen. Je wilt ze liefhebben, maar het is zo veel makkelijker met een foto dan wanneer ze je buurkindjes zijn. Je merkt opeens zo’n tekort aan geduld en ontferming, en je schrikt ervan. Je wilt alles geven, maar op een dag realiseer je je opeens dat het je niet lukt, dat je er de energie niet meer voor hebt. Je voelt je er schuldig over, verward in ieder geval.

Die snel groeiende jonge kerk die we zo graag wilden dienen, werd zomaar een grote bron van teleurstelling. In het begin leek het geweldig om samen met de plaatselijke kerk het Evangelie verder te verspreiden, ook naar de onbereikte dorpen. We droomden over het toerusten van de kerk en het opzetten van bijbelstudiegroepen. Alleen al het woord ‘kerk’ bracht ongekende energie in ons naar boven. Maar op een dag realiseerden we ons dat dingen helemaal niet zo snel veranderen, laat staan verbeteren. We zagen dat de kerk een plek is waar leiders zich soms meer om zichzelf dan om anderen bekommeren. Hoe meer we de taal begonnen te begrijpen, des te meer schrokken we ervan hoe Jezus in de kerk de grote afwezige kon zijn. De kerk werd zomaar een plek waar je zelfs als zendeling liever niet wezen wilde. Nogal verwarrend. Kwamen we niet om de kerk te ondersteunen? Emoties en visie kunnen soms zo hard botsen. Je komt er niet uit, zonder Jezus’ hulp.

We kennen onze roeping. Maar de werkelijkheid test voortdurend de grenzen van ons geduld, de diepte van ons geloof en de spankracht van onze liefde. En we slagen niet altijd voor de test. Zonder een genadige God en geduldige vrienden die blijven bemoedigen en bidden, geloof ik niet dat wij tot het einde van dit jaar zullen kunnen dienen op de manier zoals Jezus het heeft bedoeld. Alleen mét Hem kunnen we vruchtbaar dienen, ook op de momenten dat we onszelf soms zulke ongeschikte zendingswerkers voelen.

[Deze column werd gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad van donderdag 9 Januari 2014.]

Als we in Nederland zijn, zullen we de kinderen er weer van moeten overtuigen: “Je mag best water uit de kraan drinken hoor, echt!” Leven in Tanzania is nogal anders dan in Nederland. Maar na een jaar of vijf denk je er gewoon niet meer over na. Het is gewoon. Tot je bezoek uit Nederland krijgt, en je met andere ogen even naar het ‘normale leven’ kijkt.

De eerste vijf situaties met een :-):

  • We rijden door de stad met een auto vol kinderen. Natuurlijk zijn er niet genoeg gordels, en in de kofferbak al helemaal niet. Iedereen zit strak op elkaar gepakt en zingt er vrolijk op los. Tot we door een politieagent worden aangehouden. Licht nerveus laten we het raampje zakken. Hij kijkt in de auto, ziet een elftal opgelaten kinderen, en vraagt dan: “Kan ik een lift krijgen tot het bureau?”
  • Verkeersregels zijn er om alles in goede banen te leiden. Als het verkeer zichzelf wel ongeveer regelt, heb je niet zoveel regels nodig. En de regels die er zijn en massaal worden genegeerd, kun je maar beter niet in je eentje opvolgen, want dat leidt tot ongelukken. Wie stopt er nu voor een rood licht als iedereen doorrijdt?! Sommige wegen zijn zo breed dat je een soort onofficiële vierbaansweg krijgt. Welke kant iedere baan opgaat, hangt af van de tijd van de dag. Zolang je maar meedoet, gaat alles goed. En luid claxonneren in het verkeer is niet meer dan anderen van je aanwezigheid bewust maken. Alleen onze gasten worden er nerveus van, maar het went altijd snel. In het verkeer voel je je nooit alleen.
  • We zitten in de kerk, met z’n vijven. Het is een bankje voor vier. Zodra een van de kinderen opstaat, belandt er een stevige dame naast ons op het opengevallen plekje. We schuiven in. Tot er weer een kind opstaat. Plaatsje vergeven. In de kerk weet je alleen hoe en waar je zit op het moment dat je gaat zitten. Waar je uiteindelijk belandt en tussen wie je dan zit, dat is afwachten.
  • Vlak voor ons huis ligt een zandweg. Aan beide kanten van de weg ligt een diepe goot, om het water af te voeren tijdens het regenseizoen. Een geweldig idee dat meestal werkt. Ware het niet dat de zandweg door alle rommel en modder inmiddels zo hoog geworden is dat iedere regenbui de goten opvult met het zand en modder van de weg. Na iedere regenbui komt een troepje jongens opdraven om de goten weer leeg te scheppen. En waar wordt de modder neergegooid? Juist, op de weg! Er valt haast niet meer op te fietsen, maar de goot is weer netjes schoon. Tot de volgende bui. Weg met de werkloosheid.
  • Onze rechterhand slijt hier harder dan die van een hardwerkende boer in Nederland. Waar je ook gaat, je schudt elkaar toch zomaar vijf keer hartelijk de hand, en bij een lang gesprek nog wel vaker. Een leuke opmerking gaat met een soort handklap gepaard, en om je medeleven te tonen houdt je iemands hand wat langer vast. Niet maar even, maar echt een tijdje. Bij een goed gesprek heb je elkaar toch wel een paar minuten vast. En als de ander vertrekt, dan houd je elkaars hand vast terwijl je loopt. Ook als mannen loop je hand in hand tot bij de weg waar je afscheid neemt. Voelt het gek? Een beetje soms, maar niet echt meer. Want je weet dat je vrienden hebt, en daarom doe je het.

Slangen zijn enge beesten. En sommige slangen zijn gevaarlijke beesten. Maar wat doe je als er een python in je tuin rondkruipt, ergens onder het raam van de slaapkamer van je kinderen?

python2Vanmorgen zat ik met onze tuinman en huishelp chai te drinken, en we kregen het opeens over slangen. Ze vertelden dat onlangs op de Tanzaniaanse radio te horen was dat er twee kinderen door een python gedood waren, ergens in Canada. Het feit dat die kinderen door een slang gewurgd waren verrraste hen niet zozeer, maar meer dat de python ontsnapt was uit een winkel. Ze vroegen me: “Verkopen ze bij jullie zulke slangen? En waarom kopen mensen ze eigenlijk?” Toen ik zei dat het meestal niet meer dan een liefhebberij is, kregen we een heel gesprek over hoe iedere stam in onze regio zijn eigen geloof heeft wat betreft slangen, en vooral pythons.

Onze huishelp, mama Sofia, komt oorsponkelijk uit Mozambique. Als kind had ze al geleerd dat als je een python ziet, dat je dan onmiddelijk hulp roept, de slang in het oog houdt, en dat anderen de slang dan doden. Toen ze trouwde en naar Tanzania kwam, kwam ze te wonen in een gebied met veel mensen van de Kwaya-stam. Op een dag zag ze een slang in de tuin. Dapper als ze was, doodde ze hem zelf. Toen de huisbazin dat zag, ontstond er een grote rel. Hoe ze het wel niet in haar hoofd haalde om een slang te doden!

Mama Sofia leerde toen dat de Kwaya-mensen slangen met het allergrootste respect behandelen. Een python zeker. Als je een python op bezoek krijgt, dan heb je feitelijk een god op bezoek. Kwaya-christenen zullen die woorden wellicht niet zo gebruiken, maar ook zij zullen een slang niet zomaar doden. Wegjagen mag wel, maar dan wel met het grootste respect, dus niet door met stenen te gooien.

Het spreekt voor zich dat dit gebied dus vol zit met slangen, want ze worden zelden gedood. Bijna alle andere omliggende stammen hebben er totaal geen probleem mee om een gevaarlijke slang uit de weg te ruimen, dus een slimme slang weet waar hij wezen moet. Dat het dan een onleefbare situatie wordt voor iemand als Mama Sofia, dat is haar probleem. Verhuizen is een voor de hand liggende oplossing, en dat is wat ze heeft gedaan.

Voor veel mensen hier is een slang niet maar gewoon een gevaarlijk dier. Het kan ook een vloek of een bedreiging zijn. Eergisteren sprak ik even met mijn bewaker. Hij zag er verward uit. Al snel hoorde ik van hem wat er thuis gebeurd was. Zijn vrouw had in hun huis een grote slang gevonden. Ze was doodsbang. Ze geloofde stellig dat haar schoonmoeder die slang gestuurd had om haar te doden. Nu is de relatie met haar schoonmoeder nooit geweldig geweest, maar dit klonk vrij heftig. Onze bewaker had tevergeefs geprobeerd om dit idee uit haar hoofd te praten, maar ze wilde per se naar een traditionele genezer om uit te vinden of haar schoonmoeder de slang echt gestuurd had. De reden wist ze al wel. Ze kan geen kinderen krijgen, en dat is een grote schande in haar stam. Ongetwijfeld wilde haar schoonmoeder haar doden zodat haar zoon met een andere vrouw kon trouwen die hem wel een kind kan geven…

Zomaar twee verschillende reacties op het zien van een slang. Het is een gecompliceerde wereld soms.

O, en wat ik zelf zou doen? Rennen. Kinderen redden. En het kapmes zoeken. En gelukkig is onze bewaker geen Kwaya.

De Kabwa gemeenschap was er vrij duidelijk over: We willen inderdaad graag het Nieuwe Testament, maar dan wel mét het boek Genesis erbij. En zo zijn we onlangs met Genesis begonnen. Wat een avontuur is het om dit boek te lezen en te vertalen samen met mijn Tanzaniaanse bijbelvertalers!

Op een dag waren we de vertaling van Genesis 16 aan het bespreken, het hoofdstuk waarin Sarai de suggestie aan Abram doet om maar bij haar slavin Hagar een kind te verwekken. Als Hagar na enige tijd zwanger blijkt te zijn, terwijl Sarai zelf geen kind kan krijgen, loopt de spanning in Abram’s tenten zo hoog op dat Hagar weg moet. De manier waarop  alles gebeurt, voelde voor mijzelf wat vreemd en eigenlijk oneerlijk aan, maar mijn vertalers vonden het allemaal heel normaal. Ze herinnerden zich verschillende voorbeelden van identieke situaties in hun eigen families. En dat niet alleen, ze hadden ook nog eens een hele schat aan woorden beschikbaar voor dingen waar wij amper een fatsoenlijk woord voor hebben.

In de Kabwa cultuur was het tot voor kort gebruikelijk dat een man met meerdere vrouwen getrouwd was. Toch bleef de eerste vrouw altijd de echte, met een speciale status en gezag. Haar slavinnen noemden haar ‘oma’ (kuuku). Maar als het gebeurde dat één van de slavinnen een kind kreeg van dezelfde man met wie haar meesteres was getrouwd, dan veranderde daarmee nogal wat. Ze was niet primair meer haar slavin, maar nu ook één van zijn vrouwen. Als haar meesteres haar toch weer ‘slavin’ zou noemen, dan zou dat ronduit beledigend zijn, en reden tot een gigantisch familieconflict.

Voor de Kabwa mensen, die vertrouwd zijn met zulke complexe familierelaties, is een hoofdstuk als Genesis 16 uit het leven gegrepen. En als Hagar maar telkens ‘de slavin’ wordt genoemd, dan voelen ze ook feilloos aan dat er een onmogelijke situatie is ontstaan waar een oplossing voor moet worden gevonden.

Ik was nogal verbaasd om te lezen dat Sarai ronduit tegen Abram zegt: “Jij bent verantwoordelijk voor het onrecht dat mij wordt aangedaan! Laat God maar beoordelen wie er in zijn recht staat: ik of jij!” Maar de vertalers zeiden: Natuurlijk, hij heeft Sarai’s slavin zwanger gemaakt. Ook al was het hele plan door Sarai zelf bedacht, Abram blijft wel verantwoordelijk voor alle familiekwesties. En Sarai erkent hier gewoon zijn gezag. Zonder hem kan zij niet meer over haar slavin, die nu één van haar mans vrouwen is geworden, beslissen.

Zo had ik er eerlijk gezegd zelf nog niet naar gekeken. Ik realiseer me telkens weer: de leefwereld van mijn vertalers staat zo dicht bij die van Abram. Het stelt hen in staat om dingen soms scherper te zien en sneller te begrijpen dan een Hollandse jongen uit de stad ooit zal kunnen.

Ik ben blij dat we niet alleen het Nieuwe Testament vertalen, maar ook een boek als Genesis. We moeten niet onderschatten wat het voor mensen kan betekenen om te ontdekken dat de Schepper-God, die mensen generaties lang hebben erkend en vereerd, de God blijkt te zijn die heel persoonlijk betrokken is bij het leven van zijn kinderen op aarde. Sommige verhalen uit het Oude Testament kunnen dat in een Afrikaanse context soms krachtiger overbrengen dan Paulus dat ooit met één van zijn brieven zou kunnen. Ieder verhaal bevat een boodschap. Afrikaanse ogen zien die soms sneller dan westerse.

Iedereen is er inmiddels wel aan gewend dat de decembermaand een onrustige en gevaarlijke maand is. Bijna iedere avond wordt er bij heel wat huizen ingebroken, mensen worden tijdens inbraken soms verminkt of vermoord, en ’s avonds laat waagt niemand zich meer op straat. Dit jaar is echter anders dan anders.

Het begon een week of twee geleden. We hoorden dat er een paar onthoofde lijken waren gevonden. Kinderen. Iedereen tastte in het duister over het hoe en waarom. Maar het bleek slechts het begin te zijn van een verschrikkelijke reeks moorden. Momenteel worden iedere dag kinderen vermist, en worden hun lichaampjes zonder hoofd terug gevonden. Niet alleen in de dorpen, maar ook in de stad Musoma zelf. Gisteravond zijn in de wijk waar wij wonen weer in ieder geval drie mensen vermoord. De hoofden zijn – naar men zegt – nodig als betaling aan traditionele medicijn-mannen. De belofte is dat als je een kinderhoofd in een goudmijn gooit (en mijnen hebben we hier genoeg), dat je dan bergen goud kunt verwachten. Blijkbaar gelooft men erin. Met alle verschrikkelijke gevolgen van dien.

Ik schrijf hierover met afschuw. Maar wil ook eerlijk zijn, omdat het een reële geestelijke strijd is waar gebed zo hard voor nodig is. Het Afrika van de mooie foto’s is niet het Afrika van de mensen die hier wonen. Mensen zijn bang, vooral vrouwen en kinderen. Niemand durft zijn kinderen meer zonder toezicht op straat te laten rondlopen. De verhalen die we horen zijn ronduit schokkend. Niemand herinnert zich dat dit ooit eerder is gebeurd op deze schaal. Iemand zei gisteren tegen me: “Het lijkt erop dat Satan onze regio helemaal onder zijn macht wil nemen.” De duisternis is volop aanwezig. Wat nu gebeurt, zijn werken uit de afgrond, waar je met afgrijzen van vervuld raakt.

Alleen Jezus Christus, die Satan al definitief hééft verslagen, kan hier redding brengen. Bid met ons mee om een doorbraak van Gods Koninkrijk, juist nu de duisternis alles en iedereen in zijn greep heeft.

Een paar woorden van Paulus uit Efeze 6:10-18 om ons te bemoedigen en te leiden:

“Zoek uw kracht in de Heere, in de kracht van zijn macht. Onze strijd is niet gericht tegen mensen, maar tegen de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de lucht. Neem daarom de wapens van God op om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad, om goed voorbereid stand te kunnen houden. Laat u bij het bidden leiden door de Geest. Bid voortdurend voor alle heiligen.”

* Graag dit bericht niet verder verspreiden zonder eerst even met mij te overleggen.