Even een kort bericht vanuit Iringa. We zijn zaterdag veilig aangekomen. Het was een lange rit, maar het ging allemaal goed. Onderweg hebben we behalve een fantastisch mooi landschap (met enorme bergen) ook nog apen, antilopes en een giraffe gezien (Michaja enthousiast!). En het lijkt wel een ander werelddeel, zo groen en fris. Prachtig hier! En veel koeler, wat een verschil. We hebben ’s morgens echt een trui aan.

We hebben een mooie hut boven op een heuvel. Het uitzicht is onvoorstelbaar mooi. Wel telkens een hele klim naar boven. We plaatsen nog wel eens foto’s, maar de verbindingen zijn hier erg traag. Op de taalschool hebben we geen internetverbinding.

Vandaag onze eerste les gehad. Erg leuk! Dorien krijgt vanaf morgen een nieuwe leraar, ze ligt mijlenver voor op de rest van de groep! Maar we leren enorm veel op een dag. Met de kinderen ging het ook best goed. Ze hebben van 8 tot 1 met gespeeld met Elizabeth, de mama die vanaf nu voor ze mag zorgen. Maar ze moeten natuurlijk ook nog even wennen.

Deze week hadden we een ‘village-trip’, een dagje meedraaien in een dorpje, ergens op de savanne vlak onder Dar es Salaam. Het wordt een lange, hete dag. Voor de kinderen zou het teveel worden, en Dorien blijft met ze thuis vandaag. De rit er naar toe zou ongeveer een uur duren. Maar ’s morgens regende het zo hard, dat we er pas na 3 uur aankwamen. Eerst verharde weg, dan onverharde weg, dan een nog slechtere weg, en uiteindelijk slaan we ergens af in de middle of nowhere. Wij hadden werkelijk geen idee waar we waren, maar de chauffeur zei dat hij op zoek was naar een mangoboom. We stopten, erop vertrouwend dat hij wist waar we waren, want in de verste omstrek konden wij geen dorp ontdekken. Hij zei dat het in orde was. We zetten een grote fles water op onze schouder en in een rij liepen we achter onze gids aan…

trip1

Na een minuutje op 10 lopen kwamen we bij het dorpje aan, of beter gezegd: bij een huisje, want meer huizen waren er niet te bekennen. De man die ons allerhartelijkst ontving was dorps-oudste. Onder de mangoboom werden een paar matten uitgerold, wat stoeltjes klaargezet en een houten bed (voor als we even wilden uitrusten).

trip8-2

Maar al binnen 5 minuten waren we weer op weg, om kokosnoten te plukken. We liepen over een smal spoortje richting een groep palmbomen even verderop. Toch nog wel 15 minuten lopen, en het was heet.

trip11-3

De kokosnoten lagen niet voor het oprapen. Iemand moest de boom in. Aangezien niemand durfde (en het zou hebben gekund), klom onze gastheer zelf langs de stam ophoog. We hielden ons hart vast, hij de stam. Het ging goed, en al snel kwam de ene na de andere kokosnoot naar beneden, 7 in totaal.

trip2-4btrip10-4a

Beneden zagen we dat de noot verstopt zat in een groen-bruine schil die er eerst af moest. We mochten het zelf proberen, maar makkelijk was dat niet. We gebruikten een scherpe boomstronk om de bast eraf te stoten. Pas als de schil er af is, zie je de noot die wij op de markt kunnen kopen.

trip3-5

Via het hazenpaadje liepen we in convooi weer terug naar het dorp. Het eten maken kon gaan beginnen. Inmiddels was het al 11 uur geweest, en we beginnnen honger te krijgen. Eerst maken we een kookplaats klaar, of eigenlijk 3. Voor de een groeven we een sleuf in de grond, voor de andere gebruikten we stenen. Houtskool ertussen, wat gras erbij en branden maar. Dat koste geen enkele moeite, alles was kurkdroog.

De vrouwen waren ondertussen de akkers in gegaan om allerlei groentes te verzamelen. Een paar armen vol, want er zouden nog meer gasten komen eten. Een paar mannen gingen op pad om water te putten, bij een bron zo’n 10 minuten van de heuvel af. Fantastisch om te zien, alles binnen handbereik, terwijl je toch volstrekt van de bewoonde wereld verdwenen bent. De natuur biedt alles aan, gratis op te halen. Als de gasten komen met de rijst en het vlees (ja, dat was jammer, ik had gehoopt dat we een van de 30 rondlopende kippen panklaar mochten maken), gaat het koken pas echt beginnen. Alle vrouwen zitten op de matten om de groentjes schoon te wassen en klaar te maken. Ze kletsen wat af, in verschillende talen door elkaar. De mannen die niet brandhout hoeven te kappen, zitten lekker te zitten (en vissen de steentjes uit de rijst). Precies zoals het hoort.

trip13-6trip12-7

Als het vlees en de groente gewassen en gesneden zijn, gaat alles in de pannen. Het begint lekker te ruiken. De mannen zitten met elkaar te kletsen over van alles en nog wat. Handig dat we een tolk bij ons hebben, anders zouden we niet zo ver gekomen zijn. We praten over het leven in de dorpen, de kerk, bijbelvertaalwerk en het spreken in je moedertaal. We leren ontzettend veel van deze wijze mensen, boeiend om hun verhalen te horen.
trip4-8

Inmiddels is het kwart voor 4, en onze lunch is nog niet klaar. Sinds 7 uur ’s morgens hebben we niets meer gegeten. We rammelen. Maar nog even geduld, we zien dat het bijna klaar is. Als dan eindelijk alles klaar staat, scheppen de vrouwen onze borden vol, boordevol. Een homp plakkerige ugali, nog een homp rijst, saus met rundvlees erin (het is immers feest!) en allerlei groentes. Heerlijk!
trip9-9

Ik heb nog nooit zoveel op op m’n bordje gehad, dit ga ik niet opkrijgen. Ik begin braaf de ugali in een bal te kneden, wat groente ertussen te frummelen, in de saus dippen en hupakee. De Tanzanianen zitten ons lachend te bekijken, ’t was vast erg onhandig. Maar we krijgen het er wel in, en het smaakt goed. Maar ik ga het niet opkrijgen, niemand trouwens. We worden aangemoedigd, grappen gemaakt over onze veel-te-kleine-buiken, maar uiteindelijk accepteren ze dat we eten moeten laten staan. Trouwens, zo hoort het ook, niemand verwacht dat je alles op eet. Het is feest, en dan moet er overvloed zijn. Een leeg bord zou kunnen betekenen dat er misschien tekort was.

Om 6 uur ’s avonds hebben we onze ‘lunch’ op. We dachten wel om 4 uur terug te zijn, maar in Afrika blijft zoiets vaak bij denken. Wie had er rekening mee kunnen houden dat het zo hard zou regenen en de wegen zo slecht zouden zijn?! Maar het was een geweldige dag. We hebben aan den lijve ondervonden hoeveel moeite en tijd het kost om een goede maaltijd te bereiden in een dorp. Het is een dagtaak, zeker als je 2-3 maaltijden per dag wil maken. Deze middag helpt ons weer een stapje op weg om het leven in de dorpen te leren begrijpen.

Op de terugweg komen we weer helemaal vast te zitten in het verkeer. Het is 8 uur als we thuis zijn. Moe, maar voldaan. En totaal geen honger…

Habari gani? Zeg maar nzuri; het gaat altijd goed, ook als het niet goed gaat, want er komt een dag dat het weer goed komt…

We genieten erg van onze tijd hier in Dar es Salaam! We zijn allemaal gezond, de kinderen hebben echt hun draai gevonden, we genieten van de cursus, kortom: niks te klagen, we danken God. Wat hebben we deze week zoal meegemaakt?

Lessen
We hebben deze week niet alleen gewone lessen gevolgd, maar hebben ook paar interessante trips gemaakt. Daar zal ik zo wat over vertellen. De onderwerpen voor deze week waar allemaal erg interessant: ‘Afrikaanse vrienden en geld’, ‘wat moet je weten als je mensen in dienst neemt?’, ‘Afrikaanse familie kwesties’, ‘Traditionele godsdienst in Afrika (animisme)’, ‘de pers in Tanzania’, ‘bijbelvertaalprojecten in Tanzania & Oeganda’, ‘het verkeer in Tanzania’, ‘bijbelstudie over lijden’, ‘medische zorg in Tanzania’, ‘hoe neem je beslissingen in de Afrikaanse context?’, ‘kledingvoorschriften’ en een sessie over ‘kindermisbruik op het zendingsveld’. Stuk voor stuk boeiende lessen waar we echt wat mee kunnen (en moeten).

De meeste lessen hebben we in deze ruimte. We zijn meestal met 9 cursisten.

De meeste lessen hebben we in deze ruimte. We zijn meestal met 9 cursisten.

Afrikaanse traditionele religie
De sessie over animisme, de traditionele godsdienst van veel Tanzanianen, vond ik erg boeiend. Het kost even wat moeite om in te leven wat het betekent om je hele leven beheerst te worden door angst voor (vooral) kwaadwillende geesten en altijd op zoek te zijn naar verklaringen voor alles wat misgaat in het leven. Als iemand verongelukt is de vraag niet “wat heeft dit veroorzaakt?”, maar “wie heeft dit veroorzaakt?”. Er is altijd iemand schuldig, misschien iemand die een vloek heeft uitgesproken, een voorouder, een kwaadwillende geest, of misschien is er sprake van hekserij. Gebeurt er iets ergs, dan begint de grote zoektocht, en mensen zoeken wanhopig naar de oorzaak. Vaak moet een ‘heilige man’ of ‘witch doctor’ er aan te pas komen om duidelijk maken wat er gaande is. En de opdrachten die mensen dan krijgen zijn vaak niet mals (de meest gekke dingen). We hoorden van verschillende kanten dat ook christenen en moslims in de praktijk nog heel veel te maken hebben met de traditionele godsdienst, soms is het christendom niet meer dan de toplaag. De problemen die dit oplevert laten zich raden, een enorme uitdaging voor de kerken hier in Tanzania (die geleid worden door mensen die in dit opzicht ook niet allemaal zuiver zijn).

Om 10 uur hebben we altijd 'chai' (thee), hier na de sessie over animisme in Tanzania.

Om 10 uur hebben we altijd 'chai' (thee), hier na de sessie over animisme in Tanzania.

Ik ga naar de markt…
Woensdagmorgen werden we er op uit gestuurd. We kregen ieders 2.000 Tanzaniaanse Shillings mee voor vervoer, en moesten naar de markt om daar te observeren hoe een markt hier werkt. We gingen in groepjes van 2, met iemand erbij om eventueel te helpen bij het Swahili. Nadat we de namen van de markten in ons hoofd geprent hadden en wat basis zinnetjes gerepeteerd (zoals het hele begroetingsritueel en dingen als ‘wat is dit?’ en ‘wat kost het?’), gingen we op weg. Eerst met een tuktuk, een soort brommer met een bakje erachter, naar de hoofdweg. Afrekenen, proberen levend over te steken, en dan wachten op een daladala, zo’n busje waar er altijd nog eentje extra bij in kan. We hadden mazzel, de bus was nog vrijwel leeg, dus we zaten riant. Op de markt was het nog erg rustig. Eerst kwamen we langs een plek waar wat jongens kippen aan het slachten waren. Dat zag er aardig uit: koppie eraf, rommel eruit, veren eraf, klaar is ’t kippie. We hebben hem maar niet gekocht (al was het maar vanwege de 300 vliegen die hem al geproefd hadden). De markt was verder een gezellige plek. Wij konden naar hartelust ons Swahili oefenen, iedereen heeft de tijd, en wij hadden dat ook. Het begroeten gaat altijd vrij voorspelbaar, dus daar kwamen we wel door. Dorien heeft erg veel gemak van haar Swahili, want ze kon aardig vlot over van alles babbelen. Ik knik altijd heftig dat ik het er mee eens ben, en dat ben ik meestal ook wel (hoop ik). Nadat we ongeveer alle namen van al het fruit en groente gehoord hadden, de prijzen hadden uitgevogeld, geobserveerd hadden wie de verkopers waren, wie de klanten waren, of er afgedongen werd of niet, enz., hebben we eerst maar eens een lekker trosje banenen gekocht. 1000 shilling, 80 eurocent. Lekker! Op de terugweg was de daladala al een stuk voller. We zaten er zeker met 30 in, en er kon nog wel meer bij. Ik zat op de achterbank. Een jochie naast me zak met grote ogen naar m’n trosje banenen te kijken. Hij kon er natuurlijk eentje krijgen. Maar dan moest zijn broertje er natuurlijk ook een. Toen we thuis waren, was het trosje half leeg. Maar het was een leerzaam tochtje!

Een van de vele winkeltjes langs de weg waar je wat te eten of te drinken kunt halen.

Een van de vele winkeltjes langs de weg waar je wat te eten of te drinken kunt halen.

Kookles
Dinsdagmiddag hadden we een ander praktische les: hoe maak je een lekkere maaltijd klaar met de dingen die je hier kunt kopen? Met de hele groep zijn we naar het huis van een van de Wycliffers gegaan, en daar kregen we stap-voor-stap uitgelegd hoe we zelf brood kunnen maken/bakken (en wat je ervoor kunt gebruiken), een pizza maken, een pastasaus, enzovoorts. En daarna mochten we alles zelf lekker opeten! Een erg leuke middag!

de dames leren een chocholade-taart maken

de dames leren een chocholade-taart maken

de mannen kregen meer simpelere opdrachten als 'roer in die ronde pan' enzo.

de mannen kregen meer simpelere opdrachten als 'roer in die ronde pan' enzo.

Ziekenhuis
Donderdagmiddag zijn we met de groep naar een ziekenhuis voor invaliden geweest. Dat was wel indrukwekkend. Eerst gingen we naar een kinderafdeling. We zagen kinderen met klompvoetjes die gecorrigeerd waren, x-benen, hazenlipjes of open gehemeltes, en allerlei andere afwijkingen waarvoor een operatie nodig was. Het unieke van dit ziekenhuis is dat ze team er op uit sturen om mensen in de afgelegelen dorpen te vinden voor wie een operatie een enorme verbetering zou kunnen betekenen. Voor een gering bedrag kunnen ze dan geholpen worden. We bezochten ook nog wat andere zalen met patienten, sommige met problemen waardoor ze helemaal buiten de gemeenschap gesloten zijn. We hoorden van een vrouw die 23 jaar lang gewacht heeft op een operatie om haar urine-ontlasting-verlies-probleem te verhelpen (maar inmiddels door haar man en de gemeenschap verstoten is vanwege de stank en het stigma). Zo’n ingreep kan dan een ingrijpende verandering voor zo iemand teweeg brengen. Het doel van dit bezoek was niet alleen om een indruk te krijgen van de gezondheidszorg in Tanzania, maar ook om de weg te weten als bijvoorbeeld je huishulp medische zorg nodig heeft. Het is hier niet zo dat je alleen het salaris betaalt aan je mensen (bewaker/tuinman, huishelp), maar je bent ook verantwoordelijk voor hun medische kosten (als je tenminste goed voor ze wilt zorgen). Het is fijn om dan te weten waar goede klinieken zijn en hoe een opname in z’n werk gaat.

"kun je me helpen, ik heb geld nodig!". Dorien probeert tijdens een simulatie goede keuzes te maken om haar Afrikaanse vrienden te helpen en toch geld genoeg te hebben om haar winkeltje draaiend te houden. Nog niet zo makkelijk, zo bleek...

"kun je me helpen, ik heb geld nodig!". Dorien probeert tijdens een simulatie goede keuzes te maken om haar Afrikaanse vrienden te helpen en toch geld genoeg te hebben om haar winkeltje draaiend te houden. Nog niet zo makkelijk, zo bleek...

Genoeg voor nu. Morgen bezoeken we een kerkdienst waar alles in het Swahili gaat. Na de dienst zijn we als gezin uitgenodigd om bij een Tanzaniaans gezin voor een traditionele maaltijd. We zijn erg benieuwd!

10.00 uur zondagmorgen: de kerk stroomt vol. Uitgebreid wordt iedereen begroet, zo ook ik en Michaja. Habari za asubuhi? Salama tu. Na wewe ye? Nzuri. Habari za nyumbani? Nzuri tu. Karibu sana! Asante! En dan zoeken we een van de plastic witten stoeltjes uit. Mannen, vrouwen en kinderen zitten door elkaar heen, dat kan in de stad, op het platteland toch ongebruikelijk. De kerk is een grote rieten overkapping met één wand aan de achterkant, de plek waar het koor en het katheder staan. De hele dienst is in het Swahili. Gelukkig hadden we van tevoren de gebruikelijk liturgie wat doorgenomen, dus we herkenden wel waar we waren. De dienst begint met veel zingen en gebeden, alles in rap Swahili. De muziek is goed, gelukkig niet zo hard als vorige week, gewoon erg mooi. Michaja mag er weer de hele dienst bij zijn. Ze voelt zich snel op haar gemak. Er zijn veel kinderen in de kerk, ze koekeloeren naar elkaar. Als we gaan zingen doet Michaja de andere kinderen na: in de handjes klappen op de maat en zelfs de buiginkjes. Heel erg schattig. Als de preek begint, mag Michaja uit haar eigen Bijbel lezen. Na 5 minuten heeft ze dat wel bekeken. Ze gaat op de grond spelen, verzint een spelletje met haar zonnehoedje (kiekeboe), en maakt contact met de mensen achter mij. Dan kijkt ze me met stralende ogen aan en fluisterend bijna hardop: “een kippetje!”. En ja hoor, achterin de kerk scharrelt een kipje voorbij. Hij zou niet passen door de nauwe spleet in de collectebox, dus zij voelde zich klaarblijkelijk op haar gemak (tot de kinderen er achteraan stoven). Als we na de preek van een uur, waar ik niet veel meer van meekreeg dan dat het over 1 Johannes 1:8-9 ging, klaar zijn, staat Michaja al weer klaar om te zingen. En dit klinkt bekend: ‘welk een vriend is onze Jezus’ in het Swahili: Yesu kwetu ni rafiki. Het voelt bijzonder om dit samen te zingen in een taal die ik nog niet ken, maar toch het gevoel te hebben dat we onze verwondering over Jezus tot uitdrukking brengen. Na de dienst, die met z’n 1,5 uur ongewoon snel afgelopen is, begroeten we veel mensen. En dan…. op naar de maaltijd met een familie uit de kerk. Spannend!

de meeste liederen die we zongen gingen alsvolgt: de voorzanger zingt eerst een regel en de gemeente herhaalt dan dezelfde woorden. Op deze manier is het ook heel makkelijk om nieuwe liederen aan te leren.

de meeste liederen die we zongen gingen alsvolgt: de voorzanger zingt eerst een regel en de gemeente herhaalt dan dezelfde woorden. Op deze manier is het ook heel makkelijk om nieuwe liederen aan te leren.

Een moeder van 5 kinderen stelt zich voor. Haar man is al thuis. We gaan lopend. Het is snikheet. Michaja loopt lekker mee. Een van de kinderen wil Michaja op de heup meedragen, maar dat vindt ze toch nog niks. “Zelf doen!”. Na zo’n 15 minuten komen we aan bij het huisje. Een klein gebouwtje met 2 kamers. Wij worden naar de ene kamer gebracht. Er staan een bed in, een tafel met 4 stoelen, en een stapel koffers. De familie komt oorspronkelijk uit Malawi en heeft ze nog niet uitgepakt (ze zijn 8 jaar geleden naar Tanzania gekomen…). Opeens is iedereen verdwenen en zitten Jeff (een medecursist uit Amerika), Michaja en ik alleen. De televisie staat aan, het volume op de stand-voor-slechthorenden, en wij wachten rustig op wat komen zou. De kinderen komen binnen en gaan weer. Binnen is het nog heter dan buiten en er staat geen zuchtje wind. Michaja is een goed excuus om even buiten in de schaduw een luchtje te scheppen. Binnen een minuut staat de halve huisraad buiten: tafel, stoelen en vloerkleed. Alles wordt onder een boom gezet. Dit is heerlijk, veel beter dan binnen! De oudste zoon is 17 jaar oud en net 2 dagen geleden uit Malawi aangekomen. Hij gaat met ons rond de tafel zitten. We krijgen een flesje coca-cola en fanta en worden weer alleen gelaten. De jongen sprak geen Swahili en zijn Engels was heel beperkt. Dat maakt een gesprek niet eenvoudig, zeker niet als er de eerstvolgende anderhalf uur niemand bij komt zitten. Dan Michaja: “Ik moet plassen, papa!”. Oké. Ik vraag de jongen of er ergens een plekje is om te plassen. Hij zou het even aan z’n vader vragen. Die overlegt met moeder. En moeder sprint naar achter het huis. Een minuutje later zie ik haar bij de buren naar binnen wippen. En nog een minuutje later zie ik haar met een blauw kinderpotje in de weer. Hij wordt netjes afgespoeld, met een kanga van de waslijn afgedroogd en daar komt ze aan. Netje wordt het potje onder boom gezet. Asante sana! Michaja erop, alle jochies staan er omheen en kijken haar aan. Michaja vertrekt geen spier en piest lekker in het potje. “Klaar!”. Na een half uurtje komt het eten eraan. De tafel wordt gedekt, lekker buiten onder de boom. Een grote bak met spagetti, een rode saus, een verse salade, en stukken kip. Ziet er heerlijk uit! Dan begint het te spetteren, en niet een beetje ook. Er wordt besloten dat de hele tafel maar opgepakt moet worden en naar binnen gebracht. Daar zitten we weer, en de ventilator heeft het nog begeven ook. Dan verdwijnt iedereen. We zitten weer met z’n drieën. Blijkbaar is dat de gewoonte als je iemand uitnodigd om te eten: je laat ze rustig eten, terwijl de rest in de keuken eet. Het eten smaakt goed! We zien de vader met een plastic tasje weer thuiskomen, die was blijkbaar ergens voor weg geweest. Als we het eten bijna ophebben roept Michaja: “ik moet poepen!”. Ai, dat wordt interessant. Ik weer naar de mama: “kan ze het potje nog een keer gebruiken?”. Ja hoor, even naar de buren, en daar is tie weer. Michaja gaat weer onverstoorbaar zitten en legt een fraai keuteltje in de pot. “Klaar!”. Het eten is op, en dan komt de hele familie weer binnen. Hé, gezellig! Moeder gaat op het bed zitten, vader in de deuropening. We praten zo’n half uur over het lekkere eten, hun familiegeschiedenis, het leven in Tanzania, het werk, de kinderen en de school, en vertellen wat over onze familie en het leven in Nederland en Amerika. Erg interessant en een leuke tijd. Dit had best wat langer mogen duren. We krijgen een ijskoude cola geserveerd, ongetwijfeld fris aangevoerd in het plastic tasje. Als ook het drinken op is, maken we aanstalten om op te stappen, het is bijna 3 uur. We bedanken uitgebreid voor de gastvrijheid, het eten en de tijd die we bij hen mochten doorbrengen. We bidden samen. Als we alle kinderen een hand hebben gegeven, brengen ze ons naar de verharde weg waar we een tuktuk (taxi-scooter) nemen. We zijn weer een ervaring rijker, eentje met verrassingen. Deze mensen zijn zo gastvrij geweest en hebben ons een kostbare maaltijd met vlees aangeboden. Zij voelden zich gezegend om ons dit te mogen aanbieden, wij voelen ons dankbaar voor wat we van hen kregen. Niet alleen het eten, maar ook een leerervaring in gastvrijheid tonen.

Het is zondag vandaag, we hebben een enerverende maar fijne week achter de rug. We beginnen warempel een beetje aan de warmte en vochtigheid te wennen, en de kinderen ook.

dorien_michaja_naar_school

Michaja met mama naar school

We slapen al veel beter, Michaja en Elisa beginnen goed te eten, we zijn allemaal gezond, en we genieten eigenlijk gewoon van onze tijd hier. Het is een fantastische introductie op het leven in Tanzania, echt! De meeste mensen die ons les geven, werken op het SIL kantoor in Dar es Salaam. De cursus zit professioneel in elkaar, een goede mix van onderwerpen. We zijn blij dat we op deze manier voorbereid worden op ons werk straks.

Elisa, Jessica, Michaja en Darin in de crèche

Elisa, Jessica, Michaja en Darin in de crèche

Vandaag zijn we naar de kerk geweest, met z’n allen. Een kerk midden in de stad, ergens in een zijstraat. Toen we uitstapten, konden we al letterlijk verstaan wat er gezongen werd, behoorlijk luid. Wij gingen naar de eerste dienst die in het Engels was (daarna zou er een dienst in het Swahili zijn). Via een soort trappenhuis kwamen we op een verdieping waar de kerk was, stampvol mensen. Mensen, wat een kabaal. De luidsprekers stonden op z’n hardst denk ik. Om Elisa’s oren te beschermen ben ik direct maar weer naar beneden gegaan, later ging ik nog wel even achterin zitten met haar, maar het grootste deel van de tijd zat ik beneden waar nog een paar moeders met niet stilzittende kinderen waren. Michaja heeft het tot halverwege de dienst uitgehouden, op André’s schoot. De preek duurde ongeveer een uur, en was goed, bijbels en concreet. Het ging over ‘gezegend zijn zij die puur van hart zijn’ (Matth. 5). De toepassingen waren erg concreet en direct, zelfs werd gezegd dat te laat komen als ‘stelen van tijd’ moeten worden beschouwd (een radicale gedachte voor een Afrikaanse context!). Na de dienst werden we uitgenodigd om met de voorganger wat te drinken en kennis met elkaar te maken in het kantoortje onder de kerkzaal. De voorganger kon zich niet zo goed voorstellen dat bijbelvertaalwerk in Tanzania nodig is, want ‘we hebben hier het Swahili wat iedereen spreekt’. Maar na wat uitleg stemde hij ermee in dat het nogal een verschil kan maken of mensen het Evangelie in hun moedertaal kunnen horen.

Michaja heeft weer wat interessants ontdekt. Vanmorgen, toen ze een hagedisje zag: "papa, een krokodil!"

Michaja heeft weer wat interessants ontdekt. Vanmorgen, toen ze een hagedisje zag: "papa, een krokodil!"

Donderdag zijn we met de hele groep naar een ‘Westers winkelcentrum’ geweest, onder andere om een ogentest te doen die verplicht is als je een Tanzaniaans rijbewijs wilt hebben. We waren verbaasd over hoe modern / westers sommige winkels hier waren, vooral de winkels met babyspullen vond ik erg apart, buggy’s, campingbedjes, Avent flessen… In een supermarkt vonden we zelfs een Uno spel voor omgerekend anderhalve euro ofzo. Zo’n winkelcentrum als dit wordt vooral door buitenlanders en rijke Tanzanianen bezocht, anders kom je hier niet. We vonden zelfs van die choco-chip-koekjes van de Aldi (die met je paarse verpakking)! Zaterdag zijn we als gezin even naar het strand geweest (de weg oversteken en je bent er). Michaja vond de oceaan eerst wel eng, maar daarna vond ze het erg leuk. Elisa maakte voor het eerst kennis met strand, schitterend die gezichtsuitdrukking!

Elisa op het strand; op de achtergrond de Indische Oceaan

Elisa op het strand; op de achtergrond de Indische Oceaan

De lessen gaan over allerlei onderwerpen waar we hier mee te maken krijgen. Bijvoorbeeld over ziektes die hier voorkomen. We hebben een heel handboek met allerlei ziektes die hier voorkomen. We moesten in groepjes één ziekte presenteren (Dorien Tyfus en André de mango-vlieg-ziekte). Het voelde net alsof we een stel bijsluiters zaten te lezen, zoveel enge dingen die je allemaal kunt krijgen, maar we hebben vooral geleerd hoe we ze kunnen voorkomen of behandelen. Fijn dat zo’n handboek bestaat. Een andere les ging over hoe de politie hier werkt en hoe je daarmee omgaat. Ganana vertelde ons dat als de politie je aanhoudt voor iets, ze altijd wel iets kunnen verzinnen om je te bekeuren. De boete voor een snelheidsovertreding is 20.000 Tanzaniaanse Shilling, ongeacht hoe hard je ging (2 km te hard of 50 km!). Probleem is wel dat er geen vastgestelde snelheidslimieten zijn, soms mag je ergens 50 km/uur, maar als er het erg druk is kun je bekeurd worden als je er met 50 langs reed (simpelweg omdat het onverantwoord was om zo hard te rijden). Ingewikkeld! Verder hebben we een beetje geleerd hoe je je moet gedragen bij aanhoudingen, ongelukken, enz. Vrijdag kregen we nog een les over de islam en moslims in Tanzania. Bijna 1/3 van de bevolking noemt zich moslim in Tanzania. In het noorden ligt dit percentage trouwens wel wat lager (ongeveer 10%). We hebben de week afgesloten met lessen over hoe je omgaat met armoede (hoe kun je mensen helpen zonder de vicieuze cirkel in stand te houden), over verschillende stijlen die er zijn om conflicten met collega’s op te lossen, en nog meer. Boeiend allemaal!

Weer een update uit Dar es Salaam, waar we vanmiddag onze eerste regenbui hebben gehad! 4 minuten lang, en toen weer de hitte van de zon, het voelt nog vochtiger dan ooit. Dorien en de meisjes slapen lekker, we hebben een vrije middag.

We zijn hier nog maar 5 dagen, maar het voelt alsof we hier al veel en veel langer zijn. Maandag is onze training begonnen. We wilden er om 6 uur uit (als de zon opgaat), want om 8 uur begon de cursus. Opeens kreeg ik een vaag gevoel dat het toch wel erg licht was buiten en de wekker was nog steeds niet gegaan… En ja hoor, vergeten om de tijd in de telefoon (die we als wekker gebruiken) even 2 uur vooruit te zetten. Dus: het was al bijna 8 uur. Slechte start, maar het past wel een beetje hier. De kinderen gaan ’s morgens naar de ‘crèche’. Gewoon een grote koele ruimte waar een bed staat (voor als Michaja moe wordt), een campingbedje voor Elisa, een kleurtafel en een toiletruimte. Prima geschikt om daar een ochtendje te zijn. Michaja vond het erg eng om alleen te blijven met een ‘bruine mevrouw’ (ze heet Jessica en is een erg lieve moeder), maar uiteindelijk bleef ze leuk spelen. ’s Ochtends is er ook een Amerikaans blond jochie die met haar speelt, dat voelt toch wat vertrouwder voor Michaja. Elisa lijkt aardig te wennen, meestal speelt ze goed en aan aandacht (en aanraak-contact) geen enkele gebrek hier. Michaja vindt het nog steeds erg moeilijk. Vanmorgen hoorden we haar luid huilen en ‘mama, mama’ roepen. Moeilijk. We hebben haar toen opgehaald en heeft ze stil bij ons in het leslokaal zitten kleuren. Maar dat zal niet altijd kunnen. Toch moeilijke keuzes hoor: enerzijds willen we hier heel veel leren, anderzijds moet deze tijd niet eentje van angst en eenzaamheid worden voor Michaja. We bidden dat we telkens de goede keuzes maken, maar hiervoor mogen jullie wel bidden. We zijn blij dat iedereen, Dorien én de kinderen, helemaal opgeknapt zijn. Tot nu toe heb ik ook nog steeds geen hoofdpijn gehad (de luchtvochtigheid of hitte lijken dus niet echt een probleem te zijn, daar ben ik blij om).

De lessen zijn erg interessant! We zijn maandag naar het SIL-kantoor geweest (‘SIL’ is ongeveer ‘Wycliffe’ in de landen waar het werk gedaan wordt) en hebben daar veel collega’s ontmoet en een overzicht gekregen van het werk hier in Tanzania. Daara hadden we een sessie over hoe wij naar onze achterban schrijven, vooral over dingen als nieuwsbrieven en websites. Een interessante opmerking was dat we heel goed moeten opletten welk beeld we van Tanzania of Afrika neerzetten. We zijn snel geneigd om te schrijven over de opvallende, gekke, domme, arme, enz. dingen, terwijl we dan minder oog houden voor de mooie en goede dingen die het leven in dit land biedt. Wel een terechte opmerking. Alles wat we goed vinden gaan beschouwen we snel als vanzelfsprekend, maar vaak is zoiets een enorme prestatie als je bedenkt wat de mogelijkheden hier zijn. Dus ja, we zullen mogen schrijven over de armoede die we hier zien, en de overvolle taxis, en de voor mij nu nog volstrekt onheldere verkeersregels en stoplichten, maar dan alleen als we ook kunnen schrijven over hoe bijzonder het is om bij zulke bijzondere gastvrije mensen te gast te zijn in een land dat opvalt vanwege de vrede en veiligheid (zeker als je kijkt naar de omliggende buurlanden zoals Kenia, Rwanda, Burundi, Mozambique, etc.). Maandag hadden we ook een les over Malaria. Dit vonden we erg leerzaam, want door onkunde bestaat er vaak meer angst voor dan nodig. De kans dat wij malaria krijgen en daar zo ziek van worden blijkt niet heel groot te zijn (zeker nu we malaria-tabletjes slikken), en er is goede behandeling in Tanzania mogelijk.

Dinsdag hebben we van George Mwita, hij komt uit Musoma!, een les gehad over de geschiedenis van Tanzania. Erg goed om te weten, vooral ook dingen als slavernij en de koloniale tijd (Engeland en Duitsland). Bijzonder om te zien dat zonder bloedvergieten in Tanzania een democratie gekomen is, vrijwel uniek in Afrika. De eenheid van het land is altijd heel erg belangrijk geweest. En dat is ook de reden waarom het Swahili zo belangrijk is en door de overheid als nationale taal gestimuleerd wordt. Ik was blij dat daarom de volgende les ging over de vraag: waarom de Bijbel vertalen in zoveel kleinere stamtalen als de meeste mensen ook Swahili leren? Hoe meer we hier over nadenken, des te meer raken we er van overtuigd hoe nodig het is om dit werk te doen. Niet alleen omdat heel veel mensen het Swahili niet goed genoeg beheersen, maar ook omdat de verspreiding van het Evangelie lijkt te stagneren omdat de boodschap op veel plaatsen niet lijkt te overtuigen. Vanmiddag zei iemand van het onderzoeksteam: “toen we naar de kerkleiders gingen, vroegen we welke taal ze gebruikten voor 1) prediking: Swahili, 2) liederen: Swahili, 3) evangelisatie: Swahili, 4), catechese en bijbelstudies: Swahili, en voor 4) de mededelingen in de kerk: Swahili en de stamtaal (!). Toen we vroegen naar de reden voor dit laatste zeiden ze: “we willen wel graag dat de mededelingen goed begrepen worden!”…… En het waren deze simpele vragen waardoor ook de kerkleiders gingen beseffen: ja, willen we echt dat onze mensen niet de helft, maar echt alles goed begrijpen van wat er in de kerk gebeurt, dan moeten we onze eigen taal gaan gebruiken”.

Niettemin blijft Swahili een belangrijke taal, en daarom kregen we dinsdag ook onze eerste Swahili les, van Mwalimu Vivian. Een enthousiaste man die goed les geeft, en we leren elk uur enorm veel. Het is leuk, uitdagend en praktisch. Swahili lijkt een makkelijke taal om vlot aan te beginnen!

Het Wycliffe personeel helpt ons met echt van alles, van de was doen (die netjes wordt opgehaald en teruggebracht) tot en met het aanvragen van een Tanzaniaans rijbewijs. Een formulier in het Swahili invullen is nog net even te moeilijk. 😉 Gisteren zijn we een groep de binnenstad in geweest, Michaja ook mee. Dat was blijkbaar een hele bezienswaardigheid, een vader die met een blond kindje door een snikhete stad wandelt. Heel veel mensen wilden Michaja aanraken en met haar praten. Zover is ze lang niet. Het was leuk om even te zien in welke winkeltjes je wel en niet moet komen, wat je waar kunt kopen, en hoeveel tijd je er voor uit moeten trekken (zeker een halve dag, het verkeer is een verhaal op zich, en je moet naar-ik-weet-niet-hoeveel winkeltjes voor je alles hebt wat op je lijstje staat). We voelen ons hier wel gewoon veilig, dat is in sommige andere steden wel anders (Nairobi bijv.). En altijd een heleboel waterflesjes meeslepen, want je verliest hier zoveel vocht. Ze zeggen dat het op de taalschool in het zuiden wat koeler en droger is, dus daar zien we naar uit. Als we deze 3 weken doorkomen, dan kunnen we wel wat hebben. Michaja en Elisa slapen enorm veel, vast ook door de warmte.

Wat we eten? Chakula ni kitamu! Het eten is prima! Wel bijna alle dagen hetzelfde (2x), maar het is meestal van goede kwaliteit: rijst, kip, rund of vis, ugali, aardappel (gebakken of puree), saus en veel en lekker fruit (vooral zoete ananas en watermeloen). En er gaat een gerucht dat het op de taalschool nog lekkerder is! mjammi…
De eerste dagen probeerden we de kinderen gezond te laten eten (“neem nog een hapje groente”) maar inmiddels zijn we blij dat ze af en toe wat eten. Aten ze thuis twee keer per dag met smaak hun boterhammen, hier is er alleen bij het ontbijt brood en de smaak ervan is absoluut niet te vergelijken, dus Michaja laat het nog grotendeels links liggen. Ook vindt ze het maar niks dat er altijd maar water te drinken is en niet altijd limonade. Wij kunnen begrijpen en accepteren dat er niet zoveel keuze is in wat we eten of drinken maar voor haar is het moeilijker.