Wat was het een mooi moment toen we de eerste dozen met Bijbelboeken konden aanbieden. Bijna anderhalf jaar lang hadden de vertalers gezwoegd en gezweet om het eerste Bijbelboek zo goed mogelijk te vertalen in de Kabwa-taal. Vaak was de hulp van mensen in de dorpen gevraagd om te zien of de bedoelde betekenis duidelijk over kwam. Maar tot dan toe hadden de mensen niet meer gezien dan losse A-4tjes met een paar hoofdstukken vertaalde tekst.

Reading_chapters

Het was een feest toen ze eindelijk de eerste Bijbelboeken in handen kregen. Enthousiast werd er uit voorgelezen, en in de dorpen kon iets worden gezien wat niet eerder vertoond was: mensen die uit de Bijbel lazen in hun eigen taal. Heel bijzonder.

Lezen_Kabwa_vertaling

Maar niet iedereen was even gelukkig. Een oude Kabwa-spreker die ook een boekje had gekocht zei: “Dank u wel, maar ik kan niet lezen…”. Zijn woorden lieten mij niet meer los. De Kabwa-mensen waren nu wel bereikt met het Woord van God in hun eigen taal, maar… toch vooral zij die zelf konden lezen.

Al heel snel zijn er leesgroepen ontstaan. Regelmatig komen mensen bij elkaar om vloeiend te leren lezen in hun eigen taal. Wie dat kan, kan anderen laten meegenieten van het Woord. Voorlezen aan hen die zelf niet kunnen lezen. En dat zijn er nog al wat.

Voorlezen_in_kerk

Maar sommige mensen willen graag meer. Ze willen het Woord horen op de momenten dat ze dat willen, en niet wachten tot iemand eens de tijd heeft om voor te lezen. En zo ontstond het idee om audio-bijbels in te zetten, compacte apparaatjes die eenvoudig te bedienen zijn. Elektriciteit is niet nodig, want ieder apparaatje heeft een zonnepaneeltje achterop, zodat ze ook in de meest afgelegen dorpen gebruikt kunnen worden.

Megavoice photo© Copyright foto: MegaVoice

Met de audiobijbel zijn alle vertaalde Bijbelboeken af te spelen, prachtig ingesproken door iemand die de taal vloeiend spreekt. De Kabwa-mensen kunnen nu luisteren naar het Woord van God in hun eigen taal op alle momenten dat ze dat willen. Blinde en slechtziende mensen, zij die niet naar school konden gaan, en zij die niet gewend zijn om te lezen. Allemaal mogen ze nu meeluisteren naar wat God te zeggen heeft.

Velen van ons lezen liever dan dat we naar iets luisteren. Maar er zijn nogal wat culturen waar dat precies andersom is. Het kan ons zomaar ontgaan dat miljoenen mensen op deze aarde niet bereikt worden met geschreven woorden. Zij kunnen soms wel lezen, maar zijn hun leven lang al gewend om informatie tot zich te nemen door de luisteren, niet door te lezen.

Audio-Bible_listening

© Copyright foto: MegaVoice

Een audiobijbel is geen leuk extraatje dat eigenlijk overbodig is voor een serieuze zoeker, maar is op veel plekken een cruciaal middel om mensen in aanraking te brengen met de Woorden van onze God.

Tot voor kort kon ons vertaalteam de Bijbelwoorden alleen in boekvorm verspreiden. Wanneer iemand niet lezen kon, stonden we eigenlijk met lege handen. Dat hoeft nu gelukkig niet meer. Ongeletterdheid hoeft geen barrière meer te zijn om God te kunnen horen. “Vriend, kunt u niet lezen? Geen probleem. Hier is de audiobijbel in uw taal. God zegent u als u naar Hem luistert!”

 

Deze blog is een bewerking van een column die ik onlangs schreef voor het Reformatorisch Dagblad. De laatste twee foto’s zijn afkomstig uit een filmpje van de producent van deze afspeelapparaten, MegaVoice.

 

Ik herinner me goed de laatste dienst in onze thuisgemeente, een paar dagen voordat we opnieuw uitgezonden werden naar Tanzania. Ik wist wat ik zou zeggen, althans waar ik de nadruk op zou leggen. Ik vroeg de gemeente om niet alleen voor ons als gezin te bidden, maar vooral ook voor de mensen die we met ons werk zouden bereiken. Ik heb vaak speciaal gebed gevraagd voor de kleinste bevolkingsgroep in ons project, de Kabwa. En vandaag kan ik schrijven over hoe God zichtbaar aan het werk is onder de Kabwa-mensen.

De Kabwa-stam is lange tijd erg gesloten geweest voor het Evangelie. De evangelisten die in het gebied geplaatst werden hebben me vaak verteld dat de Kabwa-mensen niet veel op hebben met de kerk. En ook al kun je in bijna ieder dorpje wel een of meerdere kerkjes vinden waar een handvol mensen wekelijks bij elkaar komt, je kunt toch nauwelijks zeggen dat veel Kabwa-mensen volgelingen van Jezus Christus zijn.

1.Toen ik vijf jaar geleden begon om het Kabwa-gebied te bezoeken en vriendschappen op te bouwen met leiders van kerken en dorpen, raakte ik onder de indruk van moeilijke levensomstandigheden van deze mensen. Ik kon me zonder veel moeite inleven dat vrijwel iedereen prioriteit gaf aan overleven boven dingen als kerk of het lezen van de Bijbel.

In de afgelopen jaren ben ik echter ook getuige geweest van een groeiende interesse in het Evangelie. Mede door het bijbelvertaalwerk groeide er een interesse voor de verhalen in de Bijbel. Ieder jaar probeerden we een paar boekjes te verspreiden. We hebben alle kerkjes in ieder dorp bezocht en laten horen hoe de Bijbel in de moedertaal klinkt. Het enthousiasme was altijd groot, en daar is een honger gegroeid naar meer.

9.Toch bleef altijd het gevoel knagen dat deze mensen simpelweg geen ‘lezers’ zijn. De kans dat je iemand lezend onder een boom aantreft, is niet zo bar groot. We zagen het gebeuren in de week nadat we het Lukas-Evangelie in de Kabwa-taal hadden gepubliceerd, maar daarna nam het snel af. Mensen vertelden ons: dit is prachtig, maar lezen kost me gewoon zoveel moeite, en het is ’s avonds zo snel donker. We wisten: tenzij we deze vertaalde woorden ook op andere manieren aanbieden, zal veel goeds in de bijbelvertaling nooit op de bestemming aankomen. En dat zou simpelweg zonde zijn.

In de eerste jaren van ons project moesten we ons noodzakelijkerwijs richten op het opleiden van bijbelvertalers, het produceren van materiaal en het leggen van relaties in de gemeenschap. Als je in een willekeurig dorp zou hebben gevraagd: “Wat betekent het werk van Wycliffe voor jullie?”, zou je wellicht een vriendelijk antwoord horen waarin zoiets doorklinkt als, “Mooie plannen hoor, we zullen het zien!” En terecht. Mensen zijn gewend aan grootse plannen, maar de realiteit blijkt weerbarstig.

Momenteel ziet de Kabwa-gemeenschap echter de vruchten van ons werk. Het kostte even tijd, maar mede dankzij de geduldige bijdrage van de gemeenschap tijdens talloze bezoeken en vertaalcontroles, en de harde inzet van het complete Wycliffe team op ons vertaalkantoor, heeft de Kabwa-gemeenschap nu iets in handen gekregen waar het trots op is en blij mee is.

Het geloof komt door het gehoor. Dat geldt zeker hier in Tanzania. Momenteel hebben we op ons vertaalkantoor een collega die alle vertaalde bijbelboeken opneemt en beschikbaar stelt op cd’s, telefoons en op draagbare mp3-spelers die met zonne-energie opgeladen kunnen worden. Er is grote vraag naar! Waar we in de afgelopen jaren maar mondjesmaat boekjes verkochten, blijkt dat dat niet zozeer desinteresse in de Kabwa-Bijbel was, maar meer dat lezen geen plaatselijke liefhebberij is. Dezelfde boeken vinden nu hun weg in alle dorpen, omdat mensen er nu naar kunnen luisteren. De Bijbel voorgelezen door Kabwa-mensen die we getraind hebben om vloeiend en aantrekkelijk voor te lezen.

Vorig jaar zijn we in contact gekomen met een organisatie hier in Tanzania die lokale kerken ondersteunt bij hun evangelisatiewerk. Een van de meest gezegende hulpmiddelen om grote groepen mensen te bereiken met de boodschap van het Evangelie is het vertonen van een verfilming van het Lukas-Evangelie. Aangezien we een tijdje geleden dat Evangelie al vertaald hadden, en onze vertalers getraind zijn om dingen in de Kabwa-taal te vertalen, werden we gevraagd om onze medewerking te verlenen. In nauwe samenwerking van de kerkleiders van de gemeenschap is besloten om de film niet slechts in het Kabwa te ondertitelen, maar om het volledig in Kabwa op te nemen. Een enorme klus waarbij meer dan 40 mensen uit de Kabwa-dorpen hebben meegewerkt door hun unieke stem te laten klinken. Toen al het werk afgerond was, werd er met spanning uitgekeken naar de week na Pasen 2014. Want dan zou de film in première gaan. De kleine Kabwa-stam zou de eerste taalgroep in de regio zijn.

Vorige week maandag was het zover. ’s Morgens werd de film officieel opgedragen in een van de Kabwa-kerken in het bijzijn van iedereen die op de een of andere manier bijgedragen had. Ook vertegenwoordigers van de overheid waren present. De hoop werd uitgesproken: Als de Kabwa-mensen het Evangelie aanvaarden, zal het geweld en onrecht afnemen en er echte vrede in de gemeenschap komen.

DSC00174 (Large) (2)In het dorp hing een groot spandoek waarop de vertoning van de film over het leven van Jezus werd aangekondigd. Wij zouden er als gezin ook bij zijn, samen met onze huishelp en haar man en kinderen. Toen we vlak voor zonsondergang het dorp binnenreden, zagen we een hele stroom mensen richting het veld lopen waarop de film zou worden vertoond. Ik kon mijn ogen niet geloven toen we honderden mensen zagen wachten op wat komen zou!

DSC00280 (Large) (2)Voordat de film werd vertoond, werd er gebeden en een korte uitleg gegeven hoe de film tot stand is gekomen en wat mensen zouden gaan zien. Toen het echt donker was, begon de film. Het hele Lukas-Evangelie, van geboorte tot hemelvaart. Meer dan 500 mensen keken stil toe hoe Jezus wonderen deed, woorden van wijsheid sprak, stierf, en opstond uit de dood. En dat alles in een taal die iedereen begreep. Anderhalf uur lang klonk het Evangelie in de moedertaal van zoveel mensen die nooit het Evangelie hebben gehoord of een kerk hadden bezocht.

1782369_10152490823935774_3016814561740240972_oIk heb veel ontmoedigende en bemoedigende momenten mee gemaakt in de Kabwa-stam. Maar deze avond raakt me diep. Ik hoor het een na het andere bijbelvers voorbij komen die we twee jaar geleden samen hadden vertaald. Ik zie al die mensen – jong en oud – ernaar luisteren. Ik kijk naar hun gezichten. Ik ken er heel wat, maar lang niet allemaal. Ik ben geraakt. Ik dank God voor dit moment. En bid dat de woorden van het Evangelie zijn uitwerking niet zullen missen.

DSC00284 (Large) (2)Aan het eind van de avond wordt heel simpel uitgelegd wat Jezus aan het kruis heeft gedaan. De evangelist roept de Kabwa-mensen op tot berouw, om zich te bekeren, hun zonden te belijden aan God, en om het Evangelie te geloven. Heel veel mensen komen overeind om te bidden. God weet wat er in hun hoofd en hart omgaat. Maar de boodschap van het Evangelie maakt duidelijk veel los.

DSC00326 (Large)In de dagen erna horen we geweldige berichten uit de dorpen. We horen van mensen die tot geloof gekomen zijn en zich bij een kerk hebben aangesloten. Vrijwel alle kerken hebben deze week nieuwe leden verwelkomt. Jonge gelovigen die meer willen horen. We krijgen ook het nieuws dat verschillende moslims die de film hebben gezien, bij Jezus willen horen. Ze riskeren doelbewust enorme risico’s en zijn lid geworden van een kerk. We beseffen, dit is meer dan een enthousiaste reactie waar geen prijskaartje aan hangt. Op de bewuste maandag zijn er heel wat DVDs verspreid in alle Kabwa-dorpen. We horen van onze vertalers – die zelf in een van de dorpen wonen – dat in alle huizen waar elektriciteit is, in cafés, in hotels en waar dan ook, mensen bij elkaar komen en de film aan het bekijken zijn. Voorgangers zijn druk met het verwelkomen van nieuwe gelovigen. We zijn er stil van.

Afgelopen zondag mocht ik preken in een kerkje vlak naast het veld waar de film vertoond werd. Het was de meest vreugdevolle dienst die ik in de Kabwa-gemeenschap heb meegemaakt. Ik heb voor meer dan een uur gepreekt, en mensen hadden nog niet genoeg. Ik heb nooit zo’n grote honger gezien naar het Woord. Niet alleen van de nieuwe gelovigen die er die morgen waren, maar ook anderen die al langer christen zijn. We laten de gemeente een onlangs vertaalde brief uit het Nieuwe Testament horen in de Kabwa-taal. En we beloven: nog een paar jaar, en dan hebben jullie het complete Nieuwe Testament in jullie taal!

GEBED – God is aan het werk. Dank Hem daarvoor. En bid mee voor de Kabwa-mensen! Juist nu er zo’n grote honger is naar het Evangelie. En bid ook voor ons bijbelvertalers, dat we de komende jaren het Nieuwe Testament in de Kabwa-taal kunnen voltooien.

We voelden ons aardig goed voorbereid toen we toeleefden naar onze uitzending. We hadden zin om naar Tanzania te gaan en om daar een verschil te maken in de levens van gewone mensen. We hadden echter geen idee hoe de werkelijkheid ons door elkaar zou schudden. En dat we het zonder de hulp van God nooit vijf jaar zouden volhouden.

Terwijl we ons voorbereidden, lazen we veel over het land waar we naar toe zouden gaan. We zagen foto’s van hongerige kinderen. We lazen verhalen over een snel groeiende jonge kerk. We hoorden over zendelingen die alles gaven om de liefde van Jezus maar door te geven. Het raakte ons diep, en dat gaf een verlangen om ook te gaan. En God stuurde ons.

Die hongerige kinderen blijken nu soms zo ondankbaar, brutaal, veeleisend. Je wordt door ze bestolen. Je wilt ze liefhebben, maar het is zo veel makkelijker met een foto dan wanneer ze je buurkindjes zijn. Je merkt opeens zo’n tekort aan geduld en ontferming, en je schrikt ervan. Je wilt alles geven, maar op een dag realiseer je je opeens dat het je niet lukt, dat je er de energie niet meer voor hebt. Je voelt je er schuldig over, verward in ieder geval.

Die snel groeiende jonge kerk die we zo graag wilden dienen, werd zomaar een grote bron van teleurstelling. In het begin leek het geweldig om samen met de plaatselijke kerk het Evangelie verder te verspreiden, ook naar de onbereikte dorpen. We droomden over het toerusten van de kerk en het opzetten van bijbelstudiegroepen. Alleen al het woord ‘kerk’ bracht ongekende energie in ons naar boven. Maar op een dag realiseerden we ons dat dingen helemaal niet zo snel veranderen, laat staan verbeteren. We zagen dat de kerk een plek is waar leiders zich soms meer om zichzelf dan om anderen bekommeren. Hoe meer we de taal begonnen te begrijpen, des te meer schrokken we ervan hoe Jezus in de kerk de grote afwezige kon zijn. De kerk werd zomaar een plek waar je zelfs als zendeling liever niet wezen wilde. Nogal verwarrend. Kwamen we niet om de kerk te ondersteunen? Emoties en visie kunnen soms zo hard botsen. Je komt er niet uit, zonder Jezus’ hulp.

We kennen onze roeping. Maar de werkelijkheid test voortdurend de grenzen van ons geduld, de diepte van ons geloof en de spankracht van onze liefde. En we slagen niet altijd voor de test. Zonder een genadige God en geduldige vrienden die blijven bemoedigen en bidden, geloof ik niet dat wij tot het einde van dit jaar zullen kunnen dienen op de manier zoals Jezus het heeft bedoeld. Alleen mét Hem kunnen we vruchtbaar dienen, ook op de momenten dat we onszelf soms zulke ongeschikte zendingswerkers voelen.

[Deze column werd gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad van donderdag 9 Januari 2014.]

Sinds kort hebben we op ons vertaalkantoor een eigen machine om publicaties te drukken! RisographDeze week is de machine in gebruik genomen en de eerste twee stapels boeken zijn van de pers gerold: Jona in de Kwaya-taal en in de Jita-taal.

Terwijl onze bijbelvertalers momenteel werken aan grotere boeken (Genesis, Handelingen, Openbaring en een aantal brieven van Paulus en Johannes) zijn we blij dat we tussendoor ook kleinere boeken kunnen printen en verspreiden. Het is belangrijk dat de mensen in de dorpen regelmatig nieuwe boekjes in handen krijgen en gebruiken. Voor verschillende talen hebben we zo al dingen ontdekt die we in de schrijfwijze van de taal konden verbeteren. Hoe meer mensen al vertrouwd raken om delen van de Bijbel in hun eigen taal te lezen, des te beter straks het complete Nieuwe Testament ook ontvangen kan worden.

Morgen hopen een paar van onze collega de jaarlijkse Bijbel-zondag te vieren met de Kwaya-stam. Bid dat de nieuw geprinte boekjes goed ontvangen zullen worden en dat God alle aanbidding krijgt.

SONY DSC

 

Ik weet niet of de duivel verstand heeft van computers. Maar soms gebeuren er dingen die gewoon te ‘toevallig’ zijn om zomaar ‘toevallig’ te zijn.

Deze week zou ik met een van onze vertaalteams de eindcontrole van het boek Openbaring doen. De Ikizu vertalers hadden hun tekst zorgvuldig vertaald en mijn vragen over hun vertaling keurig beantwoord. Mijn inschatting was dat we zo’n drie dagen nodig zouden hebben om samen rond de tafel te zitten en de overgebleven vertaalproblemen op te lossen. We spraken af dat we woensdag tot en met vrijdag aan de slag zouden gaan.

Ik wist van tevoren eigenlijk niet zeker of ik de vertaalcontrole wel zou kunnen doen. Ik voel me de afgelopen twee weken al behoorlijk ziek. Toen ik getest werd bleek ik malaria, buiktyfus en nog een of andere parasiet (amoebe) te hebben. Dat verklaarde ook gelijk waarom ik al die tijd – zowel overdag als ’s nachts – zulke heftige hoofdpijn en buikpijn had. Toch kon ik de meeste dagen naar het vertaalkantoor komen om mijn werk te doen. Woensdagmorgen, de dag dat we met de controle zouden beginnen, voelde me niet geweldig. Ik besloot toch om te gaan, want ik wilde het team niet teleurstellen (en op het vertaalkantoor is het altijd nog wat rustiger dan thuis met drie vakantie vierende kinderen). Al snel hoorde ik dat ook een van de vertalers ziek was en niet zou komen. Die dag zou dus niet wat worden.

De volgende morgen waren we allemaal present. Ook de andere vertaler had nu malaria gekregen, maar wilde toch graag bij de vertaalcontrole zijn. We hebben eerst maar gebeden om gezondheid en energie, voordat we aan de slag gingen. Maar het ging goed, en we konden die dag wel zes hoofdstukken afronden.

Andre_kantoor_2

Dit was nog op een goede dag toen mijn vertaalsoftware het gewoon deed (zie het grote scherm)

Vrijdagmorgen wilden we verder gaan. Maar we waren nog geen 10 minuten bezig, toen mijn computer crashte.

Lees verder →

Een tijdje geleden heeft Wycliffe Nederland mij gevraagd om een korte video te maken waarin jongeren worden uitgenodigd om mee te doen met het bijbelvertaalwerk in Musoma.

Iedereen kan vaak wel op de een of andere manier bijdragen:

  1. BID voor ons werk
  2. GEEF voor ons werk
  3. BEMOEDIG ons team
  4. of KOM ons team versterken

* Nieuw: Een gift overmaken voor ons werk in Musoma kan nu ook heel makkelijk via iDeal.

Column Reformatorisch Dagblad – ‘Een zendingskerk op het zendingsveld’
16 mei 2013

Als bijbelvertaler wil je graag in contact blijven met de mensen voor wie je de Bijbel vertaalt. Sinds een aantal jaren werk ik samen met het Kabwa Bijbelvertaalteam, om één van de kleine taalgroepen in het noorden van Tanzania te bereiken in hun moedertaal.

Op een zondagmorgen bezoek ik één van de kleine kerkjes in het gebied waar de Kabwa mensen wonen. De meeste kerkjes zijn klein. De gemeente die ik vandaag bezoek komt normaal samen in een simpel bouwsel van bamboestokken, rieten matten en plastic zeil. God zal niet minder blij zijn met de lofliederen die Hem hier vandaan bereiken, dan vanuit welke kathedraal dan ook. Maar vandaag is het kerkje leeg. We horen al snel dat de gemeente een vergelijkbaar schaduwrijk afdakje heeft gebouwd zo’n twee heuvels verderop.

Als we goed kijken zien we heel wat huisjes verspreid over de savanneachtige vlakte. De Kabwa stam is een volk dat leeft van het land, zorgt voor het vee, en bidt om de regen. Het is een hard leven. En iedereen beseft dat het christelijk geloof in het alledaagse leven tot nu toe nooit veel heeft betekend. Je zou het ‘zendingsveld’ kunnen noemen.

Al snel stromen van alle kanten mensen samen naar het provisorisch in elkaar gevlochten kerkje. Ik hoor dat vandaag de afsluiting is van een driedaagse serie van evangelisatie-diensten. Gemeenteleden hebben niet-christelijke vrienden uit de buurt uitgenodigd om samen te zingen voor God en om uitleg te krijgen over het Evangelie. Tijdens het voorstellen van ‘de evangelisten onder ons’ staat bijna de halve gemeente op. Ik word er stil van. Na de indringende preek wordt er gebeden voor de mensen die in de afgelopen dagen tot geloof zijn gekomen en bij de gemeente willen horen. Voor sommigen wordt kort gebeden. Voor anderen – mensen die in hun leven veel ruimte gegeven hebben aan de duistere machten – wordt met kracht en overgave gebeden om bevrijding. Ik bid mee, en kijk toe. Ik zie hier een gemeente die strijdt in Gods koninkrijk. Een gemeente waar mensen leven vinden. En dan realiseer ik me opeens weer: ik bevind me hier op zendingsveld. En… de zendelingen zijn de Kabwa mensen zelf! Kabwa gelovigen die echt geven om hun buren en vrienden, hen willen laten delen in de vreugde om God samen te prijzen, en dan met hen op de knieën voorin de kerk zitten om te bidden om vergeving en bevrijding.

Dr. Stefan Paas zei onlangs in deze krant: “Elk land kan zendingsbasis én zendingsland zijn.” Deze morgen zit ik in een gemeente waar God al volop aan het werk is, ook naar buiten toe. God heeft vaak geen blanke zendelingen nodig om de laatste ‘witte velden’ te bereiken. Toch hebben deze jonge gelovigen het Woord van God nodig om te groeien in het volgen van Hem. De Kabwa bijbelvertalers zijn bevoorrecht, want zij mogen Gods woorden voor hen laten klinken in de taal van hun hart.

Ik probeer regelmatig met één van onze Bijbelvertaalteams naar de dorpen mee te gaan om onze nieuw vertaalde hoofdstukken te testen. Het helpt me om onze ‘doelgroep’ scherp voor ogen te houden als we iedere dag beslissingen nemen of iets wel of niet te begrijpen valt. Gisteren zouden we weer gaan, maar het liep een beetje anders dan we gehoopt hadden.

We zijn op weg naar een dorpje dat een beetje moeilijk te bereiken valt. Wat langere reizen doen we vaak met onze auto, een sterke four-wheel-drive die ons vrijwel overal weet af te leveren. We zijn nog geen uur onderweg, of de stoom slaat uit de motor. Oververhit. Wéér! Het is een probleem waarvan we hoopten dat het na 5 reparaties nu opgelost was, maar blijkbaar toch niet. Het duurt een tijdje voor de motor wat is afgekoeld, de koelvloeistof weer is bijgevuld, en we weer een poging kunnen wagen. Nog geen vijf minuten verderop staan we voor ‘de Rode Zee’. “Hoe komen we er doorheen?” vragen we ons af.

Wat jongelui uit een naburig dorp, die van het probleem een bron van inkomsten heeft gemaakt, staan klaar om ons door de rivier te duwen. De motor uit natuurlijk, want we zullen tot halverwege de autodeuren onder water komen. We wikken en wegen wat te doen. Het is nog vroeg in de morgen. De rivier is nu nog zo’n 30 meter breed, maar hoe zal het vanavond zijn als we op de terugweg er weer door moeten? Het regent momenteel iedere dag, en de rivier zal ongetwijfeld snel dieper worden. We besluiten dat het wel een beetje een groot risico is met een auto die ons zojuist al in de steek heeft gelaten. We gaan terug. Met pijn in het hart, want we weten dat zo’n 25 kilometer aan de andere kant van de rivier een groepje mannen op ons wacht. Het zou de eerste keer zijn dat ze de Bijbel in de Kabwa-taal zouden gaan horen. Ze hadden ons de hele morgen regelmatig gebeld of we er al aankwamen. We zijn zwaar teleurgesteld dat we ze nu moeten laten wachten. Wellicht dat we na het regenseizoen, of met een betere auto, de overtocht kunnen wagen, en ook deze mannen God in hun eigen taal horen spreken.

Op de terugweg passeren we nog wat andere Kabwa-dorpen waar we met kleine groepjes wat hoofdstukken uit Genesis testen. Ook goed, maar toch niet helemaal wat we van plan waren.

Terug in Musoma zoek ik gelijk onze automonteur op. Na een half uurtje rekenen is zijn advies duidelijk: “We hebben alles geprobeerd, en de kosten van het vervangen van de halve motor zijn zo hoog, dat het niet de moeite waard is voor een auto van 20 jaar oud. Ik zou maar eens naar een andere auto uitkijken.” Slik… Daar hadden we niet op gerekend. Hoe komen we aan een betrouwbare auto hier? Maar het geld hebben we gewoon helemaal niet. En we hebben toch een auto nodig! Een hoop vragen, en we hebben op dit moment niets wat ook maar een beetje op een antwoord lijkt…

De Kabwa gemeenschap was er vrij duidelijk over: We willen inderdaad graag het Nieuwe Testament, maar dan wel mét het boek Genesis erbij. En zo zijn we onlangs met Genesis begonnen. Wat een avontuur is het om dit boek te lezen en te vertalen samen met mijn Tanzaniaanse bijbelvertalers!

Op een dag waren we de vertaling van Genesis 16 aan het bespreken, het hoofdstuk waarin Sarai de suggestie aan Abram doet om maar bij haar slavin Hagar een kind te verwekken. Als Hagar na enige tijd zwanger blijkt te zijn, terwijl Sarai zelf geen kind kan krijgen, loopt de spanning in Abram’s tenten zo hoog op dat Hagar weg moet. De manier waarop  alles gebeurt, voelde voor mijzelf wat vreemd en eigenlijk oneerlijk aan, maar mijn vertalers vonden het allemaal heel normaal. Ze herinnerden zich verschillende voorbeelden van identieke situaties in hun eigen families. En dat niet alleen, ze hadden ook nog eens een hele schat aan woorden beschikbaar voor dingen waar wij amper een fatsoenlijk woord voor hebben.

In de Kabwa cultuur was het tot voor kort gebruikelijk dat een man met meerdere vrouwen getrouwd was. Toch bleef de eerste vrouw altijd de echte, met een speciale status en gezag. Haar slavinnen noemden haar ‘oma’ (kuuku). Maar als het gebeurde dat één van de slavinnen een kind kreeg van dezelfde man met wie haar meesteres was getrouwd, dan veranderde daarmee nogal wat. Ze was niet primair meer haar slavin, maar nu ook één van zijn vrouwen. Als haar meesteres haar toch weer ‘slavin’ zou noemen, dan zou dat ronduit beledigend zijn, en reden tot een gigantisch familieconflict.

Voor de Kabwa mensen, die vertrouwd zijn met zulke complexe familierelaties, is een hoofdstuk als Genesis 16 uit het leven gegrepen. En als Hagar maar telkens ‘de slavin’ wordt genoemd, dan voelen ze ook feilloos aan dat er een onmogelijke situatie is ontstaan waar een oplossing voor moet worden gevonden.

Ik was nogal verbaasd om te lezen dat Sarai ronduit tegen Abram zegt: “Jij bent verantwoordelijk voor het onrecht dat mij wordt aangedaan! Laat God maar beoordelen wie er in zijn recht staat: ik of jij!” Maar de vertalers zeiden: Natuurlijk, hij heeft Sarai’s slavin zwanger gemaakt. Ook al was het hele plan door Sarai zelf bedacht, Abram blijft wel verantwoordelijk voor alle familiekwesties. En Sarai erkent hier gewoon zijn gezag. Zonder hem kan zij niet meer over haar slavin, die nu één van haar mans vrouwen is geworden, beslissen.

Zo had ik er eerlijk gezegd zelf nog niet naar gekeken. Ik realiseer me telkens weer: de leefwereld van mijn vertalers staat zo dicht bij die van Abram. Het stelt hen in staat om dingen soms scherper te zien en sneller te begrijpen dan een Hollandse jongen uit de stad ooit zal kunnen.

Ik ben blij dat we niet alleen het Nieuwe Testament vertalen, maar ook een boek als Genesis. We moeten niet onderschatten wat het voor mensen kan betekenen om te ontdekken dat de Schepper-God, die mensen generaties lang hebben erkend en vereerd, de God blijkt te zijn die heel persoonlijk betrokken is bij het leven van zijn kinderen op aarde. Sommige verhalen uit het Oude Testament kunnen dat in een Afrikaanse context soms krachtiger overbrengen dan Paulus dat ooit met één van zijn brieven zou kunnen. Ieder verhaal bevat een boodschap. Afrikaanse ogen zien die soms sneller dan westerse.

Het is zondagmorgen, bijna 8 uur. Er staat iemand luid te claxonneren voor onze poort. Als ik met m’n nog ongekamde kuif ga kijken wat er aan de hand is, blijkt het één van mijn Tanzaniaanse collega’s te zijn. ‘Ben je klaar?’ roept hij enthousiast. Nou, nog niet dus. Ik nodig hem uit om binnen te komen, en geef hem een compliment dat hij zo lekker vroeg is. ‘Vroeg?’ vraagt hij verbaasd. We zouden toch 8 uur vertrekken. Als ik antwoord dat we pas rond een uur of half 10 zouden gaan, draait hij zich met een lach om en zegt: ‘Dan ga ik nog even wat buren begroeten!’  Ik hoop dat ze al wakker zijn, en klaar om met een veel te wakkere dominee aan de babbel te gaan….

Iets na negenen vertrekken we. Het is bijbelzondag. Een jaarlijkse zondag waarin we eropuit trekken om in verschillende kerken te vertellen over het bijbelvertaalwerk. Onderweg pikken we nog twee collega’s op. Iedereen zal vandaag wat doen. Onze wakkere dominee zal preken. De vertalers zullen uit hun vertaling voorlezen en uitleg geven, en ik zal wat vertellen over ons werk in de regio, plus nog een verrassing. We komen rond 10 uur aan bij het kerkje van rieten matten en plastic dak. Langzaam aan stroomt het kerkje vol, en klinkt het ene na het andere loflied. Zonder dak klinkt het eigenlijk wel net zo persoonlijk, zeker als je zingt terwijl je naar boven kijkt.

Het enthousiasme voor ons werk is groot. De vertaling spreekt voor zich. We hoeven mensen niet te overtuigen dat ons vertaalwerk mensen helpt om de Bijbel te begrijpen, dat spreekt gewoon voor zich als één van de vertalers verschillende stukken uit de Bijbel voorleest.

Het hoogtepunt van de dienst is het moment waarop we de eerste twee brieven van Paulus aan mogen bieden in de Kabwa-taal. We hadden de twee brieven in een klein boekje geprint en een stapeltje meegenomen voor de gemeente. Nadat we ze uitgedeeld hebben, begint iemand spontaan te zingen “Laten we onze God prijzen, want vandaag heeft Hij ons redding gebracht!” Een ontroerend moment. Tijdens de dienst hebben we wel vier keer een passage gelezen in de moedertaal, iets wat normaal nooit gebeurt. We zien deuren opengaan, ook in de kerkjes waar we regelmatig even op bezoek gaan. We danken God dat er steeds meer draagvlak en waardering komt voor het krijgen van de Bijbel in de moedertaal.

Na de dienst worden we uitgenodigd om bij de dominee te blijven eten. We zitten binnen te wachten, en het duurt nogal even voordat de dominee zelf komt. Ik loop nog even terug naar het kerkje, en daar zie ik hem met nog een aantal mensen om een meisje heen staan. Het meisje, zo’n 16 jaar, wordt al een hele tijd aangevallen door boze geesten die haar kapot willen maken. Haar ouders hebben haar meegebracht naar de kerk, en gedurende zo’n 30-40 minuten wordt er voor haar gebeden. Ik mag ook meestrijden door te bidden in Jezus’ naam. En door Hem alleen is het meisje bevrijd. Jezus leeft echt! Als we teruglopen naar huis, zegt de dominee tegen mij: “Dit gebeurt bijna iedere week. De duivel en zijn boze geesten hebben heel lang alle ruimte gekregen. We zien nu dat het Evangelie de duisternis afbreekt.”

De brieven van Paulus die nu beschikbaar komen voor de Kabwa-mensen, kunnen van doorslaggevende betekenis zijn om in de geestelijke strijd staande te blijven, en te overwinnen. We geloven in de kracht van het Woord!