Een paar weken geleden werd André geinterviewd voor het programma Mens & Missie van Groot Nieuws Radio. Terugluisteren? Dat kan!

André Kamphuis vertaalt de Bijbel in Tanzania: ‘Ja dit is het!’

Het interview ging niet alleen over het bijbelvertaalwerk in Tanzania, maar vooral over ons persoonlijke verhaal: de persoon achter de missie. Ik vond het best spannend om voor het eerst live op de radio te zijn, maar Maurits is een goede interviewer en maakte het me makkelijk.

 


André Kamphuis woont ruim 11 jaar in Tanzania met zijn gezin. Hij werkt daar samen met zijn vrouw Dorien voor Wycliffe Bijbelvertalers. Dat had hij zelf ook niet gedacht toen hij als 16-jarige jongen al succesvol ondernemer was. Hoe dat dan toch gebeurde vertelde hij vrijdagochtend aan Maurits Reijnoudt in Mens en Missie.

‘Laat het iets voor anderen zijn’

Als jonge scholier in Kampen had André een succesvol computerbedrijf, en school was eigenlijk bijzaak. Tot hij op een dag een preek hoorde in zijn kerk over zonde en egoïsme: “Ik zag opeens haarscherp dat mijn hele succesvolle leventje één groot zelfgericht iets was geworden. En dat wilde ik niet. Op dat moment heb ik alles opgezegd en tegen God gezegd: Wat ik ook mag doen, laat het alsjeblieft iets zijn voor anderen.”

Ondertussen leerde hij zijn klasgenoot Dorien beter kennen, die al langer een roeping had naar Afrika te gaan. Ze kregen verkering en tijdens hun studietijd besloten ze naar een oriëntatieweek van Wycliffe in Engeland te gaan. André: “Ik herinner me nog heel goed het einde van die week. Ons werd gevraagd of we in de loop van de week het gevoel hadden dat God ons inderdaad tot het punt bracht dat we zoiets hadden van: Heer hier ben ik, ik wil me inzetten voor uw Koninkrijk door de Bijbel te gaan vertalen. Dorien en ik dachten toen allebei: ja dit is het!”

Afrikaanse bril

Inmiddels wonen ze elf jaar in Tanzania met hun drie kinderen. In het vertaalcentrum werken ze aan het Nieuwe Testament in acht kleine, vitale talen. Dat zijn talen die door een kleine groep mensen gesproken wordt (de kleinste groep bestaat uit 12.000 mensen), maar die zeer waarschijnlijk de komende twintig tot dertig jaar gesproken blijft worden. André: “Het vertalen van het Nieuwe Testament duurt gemiddeld 10 jaar, dus dan is het belangrijk dat zo’n taal blijft bestaan.”

Vaak is de Bijbel het eerste boek dat die mensen in hun taal hebben. “Dat is een totaal nieuwe ervaring voor ze. En dat creëert ook draagvlak om meer Bijbelboeken te vertalen.” Het is namelijk een flink proces, dat vertaalwerk. Voor het vertalen kan beginnen moet er soms zelfs eerst een eigen alfabet ontwikkeld worden, en na dit taalkundig onderzoek moeten de vertalers zelf getraind worden. “Voor iedere taal werken we met twee vertalers. Zij zijn vloeiend in hun eigen taal en spreken ook Swahili, van waaruit de Bijbel vertaald wordt. Als taalconsulent kijk ik met ze mee of het dichtbij de bedoeling van de originele Griekse tekst blijft.”

Dat levert soms mooie vertalingen op. André: “Vertalers van één van onze taalgroepen waren op zoek naar een vertaling van het woord ‘berouw.’ Ze kwamen met een vertaling die in het Nederlands lijkt op ‘je zonde uitbraken.’ En dat bleek een goede keuze te zijn, want wat er gebeurt met berouw is dat je ergens spijt van hebt en er afstand van wilt doen. Dat gebeurt niet alleen van binnen, maar ook fysiek. Een hele krachtige, beeldende uitdrukking. Zo heb ik zoveel nieuwe dingen in de Bijbel ontdekt door er met een Afrikaanse bril in te lezen!”

Luister hier het hele gesprek met André Kamphuis terug:

Geef een reactie

Post Navigation