Het ging snel. Op donderdag horen dat je het land uit moet en vrijdagmiddag al vertrekken. Het ging zo snel dat we amper tijd hadden om goed afscheid te nemen. Nu we in Nederland zijn, en eerst sowieso 14 dagen in quarantaine zitten, proberen we alles rustig een plekje te geven.

Wat er van dag tot dag gebeurde….

Eerste week van maart

We lezen op de NOS app het nieuws over de coronavirus. Eerst in China, later in Italië, en uiteindelijk ook in Nederland. Tanzania voelt als een veilige plek, ver weg van de besmettelijke virus. We leven mee met onze familie en vrienden in Nederland. We horen hoe iedereen steeds bezorgder klinkt. Daar is in Tanzania nog helemaal geen sprake van. Pas als ik hoor over de eerste coronabesmetting in het Veluwse dorp waar mijn oude moeder woont, komt het pas dichtbij. Maar na een telefoontje met een opgewekte moeder, verdwijnt ook dat gevoel weer naar de achtergrond.

Maandag 9 maart

We krijgen een e-mailtje van onze directeur in Tanzania dat we goed onze handen moeten wassen. Hoewel er nog geen coronagevallen bekend zijn, is het niet onmogelijk dat het ook in Tanzania komt (of al is).

Woensdag 11 maart

We krijgen bericht van de Rift Valley Academy in Kenia dat de school vervroegd dicht gaat. Het plan is om binnen een paar dagen alle leerlingen thuis te krijgen. Michaja moet dit weekend al naar huis.

Vrijdag 13 maart

André zit in de auto om Michaja op te halen. Na tien uur komt hij bij de school aan. Michaja heeft al haar spullen (bijna) ingepakt en we vertrekken de volgende morgen vroeg. Michaja is al snel over haar eerste schok heen en ziet al uit naar een paar extra weekjes thuis in Musoma (met haar dieren!). Zodra we thuis zijn, horen we dat Kenia haar eerste coronabesmetting heeft en de grenzen voor niet-Kenianen uit besmette landen sluit.

Maandag 16 maart

De Tanzaniaanse overheid maakt bekend dat de eerste coronabesmetting in Tanzania is vastgesteld. De minister maant iedereen tot kalmte. Maar de zorgen zijn al groot. Zeep is binnen een dag overal uitverkocht en we zien de eerste mondkapjes op straat.

We vieren Elisa’s verjaardag. Zonder cadeautjes dit jaar, want onze bezoekers die haar cadeautjes zouden meebrengen hebben hun reis naar Tanzania moeten afzeggen.

Dinsdag 17 maart

De volgende dag worden alle SIL expat zendingswerkers in Tanzania en Kenia bij elkaar geroepen voor een videovergadering via Zoom. We horen dat de situatie begint te verslechteren en dat er mogelijk al snel reisbeperkingen komen. Ook is duidelijk dat ons medische back-up plan niet meer werkt, omdat de Flying Doctors geen coronapatiënten vervoeren en we de grens bij Kenia niet meer over kunnen. Als we in de komende maanden medische hulp nodig hebben, zullen we het in de buurt moeten vinden. De boodschap van onze organisatie is duidelijk: overweeg goed of jullie in Tanzania willen blijven. Uitstel van vertrek kan betekenen dat je straks niet meer kunt vertrekken.

Iedereen overlegt koortsachtig over wat te doen. Aangezien we toch al op verlof zouden gaan, besluiten we om eerder naar Nederland te gaan. De kinderen horen geschokt aan dat we nog maar een week in Musoma zullen zijn. Ze hadden nog zoveel willen doen! Dorien begint de koffers met kleren in te pakken. We hebben tickets voor volgende week dinsdag, 24 maart. Een week voelt véél te kort om zo snel afscheid te nemen!

Woensdag 18 maart

Nog een paar nieuwe coronabesmettingen in Tanzania. Er leven veel vragen over hoe lang reizen binnen Tanzania nog mogelijk blijft. Via Kenia kunnen we het land niet meer uit. Met de auto naar de Tanzaniaanse hoofdstad reizen kost ruim twee dagen, dus we zijn vooral afhankelijk van een binnenlandse vlucht. Het is onduidelijk hoelang die vluchten nog in de lucht blijven.

Donderdag 19 maart

We krijgen bericht dat we onmiddellijk ons moeten klaarmaken voor verplicht vertrek. Alle expat zendingswerkers moeten op de eerst mogelijke vlucht het land verlaten en terugkeren naar het land van herkomst. We worden even overvallen door paniek. We dachten dat dinsdag al snel was, maar nu nóg sneller inpakken en wegwezen?! Die avond pakken we onze koffers in, slordiger en vlugger dan ooit.

We proberen tickets te regelen voor een eerdere vlucht. Veel vluchten zijn al uitgevallen. Ook onze vervoegde KLM-vlucht op dinsdag is al geannuleerd. De meeste andere vluchten zitten vol. We slagen er toch in om tickets te regelen om thuis te komen. Onze vlucht vertrekt zondagmorgen vroeg.

We vertellen onze tuinman en huishelp dat we verplicht het land moeten verlaten. Ze kijken ons geschokt aan. De kinderen maken nog filmpjes van hun drie honden, poes, konijntjes, geiten, kippen en schildpadden. Ze mogen alle drie hun rugzak inpakken. Om 11 uur vallen we uitgeput in slaap.

Vrijdag 20 maart

De volgende morgen wegen we elk van onze vijf koffers en zetten ze buiten klaar. We roepen onze bewakers, tuinman en thuispersoneel bij elkaar en bespreken hoe we het gaan doen. De komende tijd, wie weet voor hoe lang, zullen zij om de beurt op ons huis passen en voor alle dieren zorgen. We geven hen alvast hun salaris voor de komende twee maanden en beloven dat we ons best doen om vanuit Nederland geld te sturen voor de maanden erna. We bidden met elkaar en maken nog een foto. Het is een vreemd afscheid: goede woorden, tranen, maar geen omhelzing, slechts een onwennige zwaai.

Om half drie parkeert de minibus voor onze poort. We stappen in en de tuinman sluit de poort. Onderweg naar het vertaalcentrum zwaai ik naar de fietsenmaker. Hij weet ervan en zwaait met beide armen. Een brok schiet in m’n keel. Op het bijbelvertaalcentrum staan alle collega’s buiten bij elkaar. Nog nooit hebben wij of zij dit mee gemaakt. Alle expat-medewerkers vertrekken tegelijk. Ik pak snel nog even het oplaadsnoer van mijn laptop uit mijn kantoortje en geef de sleutels aan een collega. Voor we weg rijden, bidt onze teamleider voor ons en voor hen die achter blijven. En daar gaan we dan.

We zwaaien naar Tanzaniaanse collega’s van wie sommigen er over een half jaar niet meer zullen werken. We vertrekken met collega’s van wie sommigen misschien nooit meer terug komen. We weten niet eens wat onze toekomst hier nog is, voor de maanden die nog over zijn tot onze werkvergunning begin volgend jaar afloopt. Net buiten Musoma stoppen we nog een minuutje om afscheid te nemen van vrienden met wie we elf jaar in Musoma hebben gewoond. Het snijdt door m’n hart om zo abrupt afscheid te moeten nemen van mijn beste vriend en zijn gezin.

De volgende 50 kilometer richting het vliegveld van een stad in de buurt zit ik constant met tranen in m’n ogen. Ik realiseer me dat we met 80 kilometer per uur de wereld uitglijden waar we de afgelopen twaalf jaar zo vergroeid mee zijn geraakt. Het voelt alsof we als een frisse boom met wortel en al uit de grond worden getrokken.

Om kwart over tien ’s avonds stappen we met ons team in het vliegtuig naar de hoofdstad. Als we aankomen bij een guesthouse vallen we binnen een minuut in slaap. We zijn uitgeput.

Zaterdag 21 maart

Een dag rust. We zijn vlak bij het vliegveld, maar onze vlucht gaat pas morgenvroeg om kwart voor 4. Deze dag zonder hectiek doet ons goed. We rusten veel en we bellen met verschillende vrienden in Tanzania om hen te vertellen dat we het land moeten verlaten. We krijgen veel lieve berichtjes van vrienden uit Nederland. Er wordt voor ons gebeden! Ook hebben we tijd om afscheid te nemen van onze collega’s die via allerlei vluchten naar alle uithoeken van de wereld zullen uitvliegen. Althans, dat hopen we. De onzekerheid over hoe lang de vluchten nog gaan leeft bij iedereen. We gaan vroeg naar bed om nog een paar uurtjes te slapen voor we aan de laatste drie vluchten beginnen.

Zondag 22 maart

Om kwart voor twee staan we op het uitgestorven vliegveld in Dar es Salaam. Het vliegtuig van Kenya Airways staat al klaar en vertrekt bijna een uur eerder dan gepland. Het vliegtuig zit vol. De meeste mensen hebben mondkapjes voor. In Nairobi wachten we 3,5 uur op onze vlucht naar Parijs. Tot onze opluchting gaat ook deze Air France vlucht nog. Voor het eerst vliegen we in Afrika in een vliegtuig vol blanken.

Ook het vliegveld in Parijs blijkt uitgestorven. We beginnen nu pas te begrijpen hoe Europa in de afgelopen weken veranderd is. Na ruim vijf uur wachten vertrekt onze laatste KLM-vlucht. Een halfvol vliegtuig met mensen die blij zijn dat ze nog naar huis kunnen. Op Schiphol staat Elbert, een vriend uit Bennekom, op ons te wachten en brengt ons naar Lelystad. We zijn blij om onze (schoon)ouders in goede gezondheid te zien. Na een warm kopje thee zoeken we ons bed op. De kinderen slapen al, met hun kleren nog aan.

En nu

Nog nooit kwamen we terug in Nederland zonder veel van onze familie en vrienden in een van de eerste dagen te ontmoeten. Nu gaat alles via berichtjes en de telefoon. Iedereen is vol van de situatie in Nederland en vertelt wat het betekent voor ieder gezin. Het grijpt ons wel aan, het is pittig voor iedereen. Je hoort van steeds meer mensen die ziek zijn en soms niet weten of ze nu wel of niet corona hebben. Anderen sterven.

Het ging snel. Binnen twee dagen verkasten we zomaar van een vertrouwde en veilige plek thuis naar een nieuwe geïsoleerde plek in een land waar een besmettelijke ziekte overal om zich heen grijpt. De eerste paar weken zitten we sowieso thuis. Daarna moeten we nog maar zien wat mag en kan. We zijn dankbaar dat we hier. Een ware gebedsverhoring! Maar het voelt nog heel onwerkelijk.

Ondertussen denken we veel aan wie we achterlieten in Tanzania. We volgen dagelijks hoe de situatie zich daar ontwikkelt. Als het coronavirus daar zich uitbreidt zoals op de meeste andere plekken in de wereld, dan houden we werkelijk ons hart vast. We bidden. We geloven. We hopen.

 

Bestaan de Kamphuisjes nog? Jawel, ze leven nog! We hebben een drukke en pittige periode achter de rug, en er was weinig energie over om in de pen te klimmen. We gaan dat nu proberen goed te maken met een foto-collage. Vandaag met foto’s van rond ons huis en de kinderen, volgende week met foto’s uit de dorpen en van ons werk.

* klik op foto voor beschrijving

Veranda
Al een hele tijd wilden we graag een veranda aan ons huis bouwen. Gelukkig was onze huisbaas gelijk enthousiast over het idee en hij bood aan de verbouwing zelf aan te sturen. We zijn heel blij met het resultaat!

Tuin
De twee regenseizoenen zijn dit jaar geruisloos in elkaar over gegaan. Al wekenlang regent het bijna elke avond en nacht. De tuin is weer helemaal tot leven gekomen en alles ziet er heerlijk fris uit. En fruit in overvloed!

Kinderen
Het is geweldig om te zien hoe goed de kinderen zich weer thuis voelen in Musoma.

 

Volgende week meer!

LVLC logoOns team in Musoma is op zoek naar versterking. Voor onze internationale zendingsschool hebben we een extra basisschoolleerkracht nodig.

Ben jij een gediplomeerde leerkracht met minimaal 1 jaar ervaring in het onderwijs en goede beheersing van het Engels, dan is dit een geweldige gelegenheid om te werken in een unieke onderwijsomgeving.

Door je werk maak je het voor meerdere zendingsfamilies mogelijk hun werk te blijven doen in Musoma. Momenteel zijn 4 families voor hun onderwijsbehoeften afhankelijk van de school, met in totaal 8 leerlingen op verschillende niveaus. Nog eens 3 families maken voor enkele vakken gebruik van de school.

team lvlc

Het schoolgebouw

Scheikunde proefjes

Er wordt verwacht dat de nieuwe leerkracht in Tanzania kan arriveren in januari 2016, en voor een periode van in ieder geval 18 maanden beschikbaar is.

Meer informatie over de vacature is hier te vinden: http://www.teachers-in-service.org/lvlc_tanzania.php.

Als je denkt dat God je roept voor dit werk, neem dan contact op met Toby Mak (afdeling recruitment van onze veldorganisatie) via recruitment_utb@sil.org. Je kunt natuurlijk ook even contact met ons opnemen als je meer wilt weten over het leven en werken in Musoma.

Weet je iemand anders die mogelijk geïnteresseerd zou kunnen zijn in deze rol, vergeet dan niet om dit bericht even te delen. Bedankt!

Als we in Nederland zijn, zullen we de kinderen er weer van moeten overtuigen: “Je mag best water uit de kraan drinken hoor, echt!” Leven in Tanzania is nogal anders dan in Nederland. Maar na een jaar of vijf denk je er gewoon niet meer over na. Het is gewoon. Tot je bezoek uit Nederland krijgt, en je met andere ogen even naar het ‘normale leven’ kijkt.

De eerste vijf situaties met een :-):

  • We rijden door de stad met een auto vol kinderen. Natuurlijk zijn er niet genoeg gordels, en in de kofferbak al helemaal niet. Iedereen zit strak op elkaar gepakt en zingt er vrolijk op los. Tot we door een politieagent worden aangehouden. Licht nerveus laten we het raampje zakken. Hij kijkt in de auto, ziet een elftal opgelaten kinderen, en vraagt dan: “Kan ik een lift krijgen tot het bureau?”
  • Verkeersregels zijn er om alles in goede banen te leiden. Als het verkeer zichzelf wel ongeveer regelt, heb je niet zoveel regels nodig. En de regels die er zijn en massaal worden genegeerd, kun je maar beter niet in je eentje opvolgen, want dat leidt tot ongelukken. Wie stopt er nu voor een rood licht als iedereen doorrijdt?! Sommige wegen zijn zo breed dat je een soort onofficiële vierbaansweg krijgt. Welke kant iedere baan opgaat, hangt af van de tijd van de dag. Zolang je maar meedoet, gaat alles goed. En luid claxonneren in het verkeer is niet meer dan anderen van je aanwezigheid bewust maken. Alleen onze gasten worden er nerveus van, maar het went altijd snel. In het verkeer voel je je nooit alleen.
  • We zitten in de kerk, met z’n vijven. Het is een bankje voor vier. Zodra een van de kinderen opstaat, belandt er een stevige dame naast ons op het opengevallen plekje. We schuiven in. Tot er weer een kind opstaat. Plaatsje vergeven. In de kerk weet je alleen hoe en waar je zit op het moment dat je gaat zitten. Waar je uiteindelijk belandt en tussen wie je dan zit, dat is afwachten.
  • Vlak voor ons huis ligt een zandweg. Aan beide kanten van de weg ligt een diepe goot, om het water af te voeren tijdens het regenseizoen. Een geweldig idee dat meestal werkt. Ware het niet dat de zandweg door alle rommel en modder inmiddels zo hoog geworden is dat iedere regenbui de goten opvult met het zand en modder van de weg. Na iedere regenbui komt een troepje jongens opdraven om de goten weer leeg te scheppen. En waar wordt de modder neergegooid? Juist, op de weg! Er valt haast niet meer op te fietsen, maar de goot is weer netjes schoon. Tot de volgende bui. Weg met de werkloosheid.
  • Onze rechterhand slijt hier harder dan die van een hardwerkende boer in Nederland. Waar je ook gaat, je schudt elkaar toch zomaar vijf keer hartelijk de hand, en bij een lang gesprek nog wel vaker. Een leuke opmerking gaat met een soort handklap gepaard, en om je medeleven te tonen houdt je iemands hand wat langer vast. Niet maar even, maar echt een tijdje. Bij een goed gesprek heb je elkaar toch wel een paar minuten vast. En als de ander vertrekt, dan houd je elkaars hand vast terwijl je loopt. Ook als mannen loop je hand in hand tot bij de weg waar je afscheid neemt. Voelt het gek? Een beetje soms, maar niet echt meer. Want je weet dat je vrienden hebt, en daarom doe je het.

Slangen zijn enge beesten. En sommige slangen zijn gevaarlijke beesten. Maar wat doe je als er een python in je tuin rondkruipt, ergens onder het raam van de slaapkamer van je kinderen?

python2Vanmorgen zat ik met onze tuinman en huishelp chai te drinken, en we kregen het opeens over slangen. Ze vertelden dat onlangs op de Tanzaniaanse radio te horen was dat er twee kinderen door een python gedood waren, ergens in Canada. Het feit dat die kinderen door een slang gewurgd waren verrraste hen niet zozeer, maar meer dat de python ontsnapt was uit een winkel. Ze vroegen me: “Verkopen ze bij jullie zulke slangen? En waarom kopen mensen ze eigenlijk?” Toen ik zei dat het meestal niet meer dan een liefhebberij is, kregen we een heel gesprek over hoe iedere stam in onze regio zijn eigen geloof heeft wat betreft slangen, en vooral pythons.

Onze huishelp, mama Sofia, komt oorsponkelijk uit Mozambique. Als kind had ze al geleerd dat als je een python ziet, dat je dan onmiddelijk hulp roept, de slang in het oog houdt, en dat anderen de slang dan doden. Toen ze trouwde en naar Tanzania kwam, kwam ze te wonen in een gebied met veel mensen van de Kwaya-stam. Op een dag zag ze een slang in de tuin. Dapper als ze was, doodde ze hem zelf. Toen de huisbazin dat zag, ontstond er een grote rel. Hoe ze het wel niet in haar hoofd haalde om een slang te doden!

Mama Sofia leerde toen dat de Kwaya-mensen slangen met het allergrootste respect behandelen. Een python zeker. Als je een python op bezoek krijgt, dan heb je feitelijk een god op bezoek. Kwaya-christenen zullen die woorden wellicht niet zo gebruiken, maar ook zij zullen een slang niet zomaar doden. Wegjagen mag wel, maar dan wel met het grootste respect, dus niet door met stenen te gooien.

Het spreekt voor zich dat dit gebied dus vol zit met slangen, want ze worden zelden gedood. Bijna alle andere omliggende stammen hebben er totaal geen probleem mee om een gevaarlijke slang uit de weg te ruimen, dus een slimme slang weet waar hij wezen moet. Dat het dan een onleefbare situatie wordt voor iemand als Mama Sofia, dat is haar probleem. Verhuizen is een voor de hand liggende oplossing, en dat is wat ze heeft gedaan.

Voor veel mensen hier is een slang niet maar gewoon een gevaarlijk dier. Het kan ook een vloek of een bedreiging zijn. Eergisteren sprak ik even met mijn bewaker. Hij zag er verward uit. Al snel hoorde ik van hem wat er thuis gebeurd was. Zijn vrouw had in hun huis een grote slang gevonden. Ze was doodsbang. Ze geloofde stellig dat haar schoonmoeder die slang gestuurd had om haar te doden. Nu is de relatie met haar schoonmoeder nooit geweldig geweest, maar dit klonk vrij heftig. Onze bewaker had tevergeefs geprobeerd om dit idee uit haar hoofd te praten, maar ze wilde per se naar een traditionele genezer om uit te vinden of haar schoonmoeder de slang echt gestuurd had. De reden wist ze al wel. Ze kan geen kinderen krijgen, en dat is een grote schande in haar stam. Ongetwijfeld wilde haar schoonmoeder haar doden zodat haar zoon met een andere vrouw kon trouwen die hem wel een kind kan geven…

Zomaar twee verschillende reacties op het zien van een slang. Het is een gecompliceerde wereld soms.

O, en wat ik zelf zou doen? Rennen. Kinderen redden. En het kapmes zoeken. En gelukkig is onze bewaker geen Kwaya.

Zondagavond hadden we even een spannend moment bij ons thuis. Michaja kwam om half 10 ’s avonds uit haar bed met vreselijke buikpijn. Ze kon niet zitten of staan, niet lopen of liggen. Ze raakte echt in paniek. Ze huilde: “Ik wil naar de dokter! Ik moet naar het ziekenhuis!” Dat zegt genoeg voor een kind dat normaal doodsbang is voor dokters en naalden.

We realiseerden ons al snel dat het blindedarmontsteking zou kunnen zijn. In dat geval hadden we geen tijd te verliezen. In Musoma hoef je in het weekend niet op medische zorg te rekenen. En naar Nairobi rijden kost een dag, en onze auto zou het niet eens redden. Op zo’n moment voel je je echt verantwoordelijk, terwijl je – heel eerlijk gezegd – niet weet wat je moet doen, en hoe lang je het nog zou kunnen aanzien. We belden twee vrienden met medische kennis om hun advies te horen. We kregen verschillende tips om een diagnose te stellen. Lastig, zelf dokter moeten spelen.

MichajaWe vroegen onze vrienden om voor Michaja te gaan bidden. Toen hebben we ook zelf met Michaja gebeden, en aan onze God gevraagd of Hij de pijn wil wegnemen en haar genezing wil geven. Toen we klaar waren, werd Michaja helemaal rustig, en viel in een rustige slaap. Ze heeft de hele nacht heerlijk doorgeslapen, en de volgende morgen werd ze kiplekker wakker.

God is zo trouw. Het was geweldig om te zien dat Hij ons heel speciaal wilde zegenen met een oplossing in een situatie waarin wij eigenlijk niet wisten wat te doen. We hadden weinig opties. En Hij wist dat.

Toen ik vanmorgen met onze collega’s op het vertaalkantoor deelde wat God gedaan had voor Michaja, klonk er een spontaan applaus voor Hem. Hij was dichtbij.

Een tijdje geleden heeft Wycliffe Nederland mij gevraagd om een korte video te maken waarin jongeren worden uitgenodigd om mee te doen met het bijbelvertaalwerk in Musoma.

Iedereen kan vaak wel op de een of andere manier bijdragen:

  1. BID voor ons werk
  2. GEEF voor ons werk
  3. BEMOEDIG ons team
  4. of KOM ons team versterken

* Nieuw: Een gift overmaken voor ons werk in Musoma kan nu ook heel makkelijk via iDeal.

Een maand of twee geleden kregen we opeens een idee. Vlak bij ons huis ligt een stuk land dat eigenlijk niet goed gebruikt werd. De grond hoort bij ons huis, maar we hadden er de eerste jaren niet zoveel tijd voor om er iets mee te doen en kochten groente en fruit gewoon op de lokale markt. Zo nu en dan verbouwde iemand uit de wijk wel eens wat mais op ons land, maar dat was het dan wel. Jammer, want het is vruchtbare grond.

Samen met onze tuinman heb ik toen een plan gemaakt om de grond klaar te maken en van alles en nog wat te gaan planten. We spraken af dat de opbrengst niet alleen voor zijn en ons gezin zou zijn, maar ook voor de anderen die bij ons werken. Wat over is, mag hij dan verkopen en de opbrengst houden.

We zijn nu ruim twee maanden verder, en ik moet zeggen dat we er enthousiast over zijn! Jonas, onze tuinman is hard aan de slag elke week, en zorgt ervoor dat alle groente de beste behandeling krijgt en voldoende water. Momenteel groeien er tomaten, Chinese kool, paksoi, witte kool, wortels, spinazie, sla, pompoenen, en bananen.

Als de kool of de spinazie bijna klaar is om te oogsten, komen er dagelijks mensen langs om een paar vierkante meter te mogen plukken. Daar betalen ze Jonas dan voor, en verkopen het zelf op de markt of langs de weg. Momenteel eten niet alleen wij verse groente, maar ook onze buren en onze vrienden die ons in en rond het huis helpen. En Jonas’ gezin krijgt nu maandelijks een mooi extraatje door de opbrengst van de oogst.

Natuurlijk zouden we Jonas een maandelijks extraatje kunnen geven in plaats van al dat gezwoeg op het land. Maar dat zou niet tot hetzelfde resultaat leiden, ben ik bang. Het is veel eervoller als je maandelijks rond kunt komen doordat je er hard voor hebt gewerkt, dan wanneer je iedere maand weer afhankelijk bent van een gift waar je niets voor hebt hoeven te doen. Jonas is een bemoedigend voorbeeld van iemand die niet om meer geld vraagt, maar initiatief neemt en hard werkt voor zijn brood (al lust ie geen brood). Als wijzelf ooit uit Musoma vertrekken, heeft hij voldoende ervaring opgedaan om dit zelfstandig door te zetten en voor zijn gezin te blijven zorgen.

Het is iets waar we als gezin regelmatig over na moeten denken: Hoe kunnen we deze mensen – die nu voor ons werken – helpen om structureel uit armoede te komen? We proberen iedereen heel praktisch te helpen voor nu en later. Dat doen we bijvoorbeeld door te helpen met het afbouwen van een huisje, door maandelijks wat salaris opzij te leggen voor als wij vertrekken en ze nieuw werk moeten zoeken, of door het bijdragen aan een naaicursus, of met een klein moestuinprojectje. Het is voor veel mensen een lang en langzaam proces om uit armoede te komen, maar we willen graag hulp bieden voor de lange termijn. En dan moeten we nu al nadenken over de tijd wanneer wij hen zelf niet meer financieel en praktisch zullen kunnen steunen.

Iedereen is er inmiddels wel aan gewend dat de decembermaand een onrustige en gevaarlijke maand is. Bijna iedere avond wordt er bij heel wat huizen ingebroken, mensen worden tijdens inbraken soms verminkt of vermoord, en ’s avonds laat waagt niemand zich meer op straat. Dit jaar is echter anders dan anders.

Het begon een week of twee geleden. We hoorden dat er een paar onthoofde lijken waren gevonden. Kinderen. Iedereen tastte in het duister over het hoe en waarom. Maar het bleek slechts het begin te zijn van een verschrikkelijke reeks moorden. Momenteel worden iedere dag kinderen vermist, en worden hun lichaampjes zonder hoofd terug gevonden. Niet alleen in de dorpen, maar ook in de stad Musoma zelf. Gisteravond zijn in de wijk waar wij wonen weer in ieder geval drie mensen vermoord. De hoofden zijn – naar men zegt – nodig als betaling aan traditionele medicijn-mannen. De belofte is dat als je een kinderhoofd in een goudmijn gooit (en mijnen hebben we hier genoeg), dat je dan bergen goud kunt verwachten. Blijkbaar gelooft men erin. Met alle verschrikkelijke gevolgen van dien.

Ik schrijf hierover met afschuw. Maar wil ook eerlijk zijn, omdat het een reële geestelijke strijd is waar gebed zo hard voor nodig is. Het Afrika van de mooie foto’s is niet het Afrika van de mensen die hier wonen. Mensen zijn bang, vooral vrouwen en kinderen. Niemand durft zijn kinderen meer zonder toezicht op straat te laten rondlopen. De verhalen die we horen zijn ronduit schokkend. Niemand herinnert zich dat dit ooit eerder is gebeurd op deze schaal. Iemand zei gisteren tegen me: “Het lijkt erop dat Satan onze regio helemaal onder zijn macht wil nemen.” De duisternis is volop aanwezig. Wat nu gebeurt, zijn werken uit de afgrond, waar je met afgrijzen van vervuld raakt.

Alleen Jezus Christus, die Satan al definitief hééft verslagen, kan hier redding brengen. Bid met ons mee om een doorbraak van Gods Koninkrijk, juist nu de duisternis alles en iedereen in zijn greep heeft.

Een paar woorden van Paulus uit Efeze 6:10-18 om ons te bemoedigen en te leiden:

“Zoek uw kracht in de Heere, in de kracht van zijn macht. Onze strijd is niet gericht tegen mensen, maar tegen de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de lucht. Neem daarom de wapens van God op om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad, om goed voorbereid stand te kunnen houden. Laat u bij het bidden leiden door de Geest. Bid voortdurend voor alle heiligen.”

* Graag dit bericht niet verder verspreiden zonder eerst even met mij te overleggen.

Gisteren hebben we opnieuw een bijzondere dag meegemaakt. Samen met ons bijbelvertaalteam hebben we de dozen met de eerste twee bijbelboeken in de Jita-taal ingepakt en aangeboden aan de bevolking. De Jita-taal heeft ruim 300.000 sprekers, en is daarmee de grootste bevolkingsgroep waarin we werken. Hieronder een impressie van de viering. Ik denk dat de foto’s voor zich spreken:

Lees verder →