Lees het RD interview hier online.

Taalmaker. Zo kan Bijbelvertaler Albinus Waynse gerust genoemd worden. Hij vertaalde de woorden van God in het Simbiti. De Tanzaniaan is met zijn 73 jaar emeritus predikant en vertaler in ruste. „Ik ben niet verbaasd dat God het Bijbelvertaalwerk zegent.”
Het is een warm weerzien wanneer Waynse vertaalconsulent André Kamphuis in zijn armen sluit. De twee ontmoeten elkaar op een dag in juni aan het strand van het Victoriameer, in Musoma. Apen en klipdassen kijken en luisteren bij het gesprek mee.
Jarenlang werkten Kamphuis en Waynse schouder aan schouder om de Bijbel te vertalen in het Simbiti. De Simbiti vormen een stam die vanuit Musoma gezien aan de overkant van het meer woont. Kamphuis is weer naar Nederland verhuisd. Waynse woont zelf in het Simbitigebied.
Werkkracht
„Als er één vertaler was die zijn werk met ijver deed, was het Waynse wel”, herinnert Kamphuis zich. „’s Morgens was hij vaak om zes uur op kantoor. Hij had een enorme werkkracht en een vertaaltempo dat geen collega bij kon benen.” Waynse zegt zelf: „God gaf me kracht tot het einde van mijn werk als vertaler. Ik heb het met heel mijn hart gedaan.” Lang geleden kreeg Waynse op de Dag van de Arbeid de titel ”beste werknemer van Tanzania”. „Als ik voor mijn werkgever alles kon geven, dan doe ik het toch zeker ook in de dienst van mijn Heer?”
Waynse is de zoon van Simbiti-ouders. Hij groeide echter op buiten het gebied van de Simbiti, waardoor hij al jong meerdere talen sprak. „Mijn moeder was wel gedoopt”, vertelt Waynse op de vraag of hij in een christelijk gezin is opgegroeid. „Maar het was vooral mijn oma die mij de woorden van God doorgaf. Zij hield van de Bijbel.”
Net als miljoenen andere Afrikanen trok Waynse al jong naar de grote stad om daar werk te vinden. In Dar-es-Salaam trad hij in dienst bij een Japans bedrijf dat radio’s ontwikkelde. Hij werd er manager. Tot hij op een dag misstanden in het bedrijf aan de kaak stelde. Dat betekende zijn ontslag én het begin van zijn werk als predikant.
Door zelfstudie en afstandsonderwijs bracht hij zichzelf kennis bij. Later volgde hij onderwijs bij een Bijbelschool in Kenia en, dichter bij zijn geboortegrond, in Musoma in Tanzania. De kerk waarin hij diende, was de mennonietenkerk in het Simbitigebied.
Hoe bent u vertaler geworden?
„Dat was in 2006 of 2007. Een bisschop (in Tanzania ook een gebruikelijke titel voor voorgangers die een hoge positie bekleden in een protestantse kerk, GdW) vroeg of ik wilde meewerken aan een eerste woordverzameling van het Simbiti. Taalkundigen inventariseren daarmee idioom en analyseren de structuur van een taal. Omdat ik het Simbiti én de Bijbel goed kende, werd ik gevraagd om vertaler te worden. Dat maakte mij blij. In verband met gezondheidsklachten had ik geen eigen gemeente, dus ik kon mijn werk als predikant goed combineren met een baan als vertaler.
Tijdens het preken merkte ik vaak hoe weinig de mensen begrepen van de Bijbel in het Swahili. Ik preekte eens over Handelingen 26:14. Daar schrijft Paulus over „de hielen tegen de prikkels slaan”. De mensen die ik voor me had begrepen het niet, maar ik kon het zelf ook niet uitleggen in het Simbiti.
Ik vertaalde een commentaar van de Engelse theoloog William Barclay in het Swahili om de Bijbel beter te kunnen begrijpen. Ik schreef het met de hand over. Het werd een grote boekenplank vol, ik kon er rijker door preken. Maar de Bijbel in de taal van mijn volk, de Simbiti? Ja, dat was een groot verlangen.”

Lukte het om Bijbelse begrippen helder te verwoorden in uw taal?
„We zochten naar een woord voor ”berouw hebben” dat goed de Bijbelse betekenis uitdrukte. Maar zo’n woord was er niet in het Simbiti. Uiteindelijk kwamen we op ”de zonde uitbraken”. Dat wat je uitgespuugd hebt, wil je niet weer opeten. Het laatste wat je wilt, is je zonde weer doen. Nu we die woorden al jaren gebruiken in de kerk, is dit een staande uitdrukking geworden in het Simbiti.”
Wat doet de Simbitivertaling met de mensen van uw stam?
Waynse haalt zijn telefoon tevoorschijn en laat een filmpje zien van een recente kerkdienst. Kinderen beelden uit hoe ze in elkaar gedoken zitten. Ze zingen een lied in het Simbiti dat een uitnodiging is om tot God te gaan: „Waarom ben je zo terneergeslagen? Welke pijn zit er in je hart? Vertel eens, kan ik je helpen? Kom naar Jezus, Hij redt.” „Deze woorden heb ik niet gedicht. In de gemeenten bedenken mensen spontaan liederen als antwoord op de prediking. Dat effect was er niet bij het Swahili. Gods Woord in de taal van ons hart maakt zoveel meer los.”
U hebt het Nieuwe Testament vertaald, maar het Oude Testament is er nog niet in het Simbiti. Is dat niet moeilijk voor u?
„Of ik het nog mee zal maken of niet, maakt mij niet uit, als die vertaling er maar komt. Wanneer we lezen over het Pascha kunnen we niet zonder Exodus. We beschikken nu over de helft, maar de Simbiti hebben de hele Bijbel nodig.”
_____

Lees het RD interview hier online.
