Ik herinner me goed de laatste dienst in onze thuisgemeente, een paar dagen voordat we opnieuw uitgezonden werden naar Tanzania. Ik wist wat ik zou zeggen, althans waar ik de nadruk op zou leggen. Ik vroeg de gemeente om niet alleen voor ons als gezin te bidden, maar vooral ook voor de mensen die we met ons werk zouden bereiken. Ik heb vaak speciaal gebed gevraagd voor de kleinste bevolkingsgroep in ons project, de Kabwa. En vandaag kan ik schrijven over hoe God zichtbaar aan het werk is onder de Kabwa-mensen.

De Kabwa-stam is lange tijd erg gesloten geweest voor het Evangelie. De evangelisten die in het gebied geplaatst werden hebben me vaak verteld dat de Kabwa-mensen niet veel op hebben met de kerk. En ook al kun je in bijna ieder dorpje wel een of meerdere kerkjes vinden waar een handvol mensen wekelijks bij elkaar komt, je kunt toch nauwelijks zeggen dat veel Kabwa-mensen volgelingen van Jezus Christus zijn.

1.Toen ik vijf jaar geleden begon om het Kabwa-gebied te bezoeken en vriendschappen op te bouwen met leiders van kerken en dorpen, raakte ik onder de indruk van moeilijke levensomstandigheden van deze mensen. Ik kon me zonder veel moeite inleven dat vrijwel iedereen prioriteit gaf aan overleven boven dingen als kerk of het lezen van de Bijbel.

In de afgelopen jaren ben ik echter ook getuige geweest van een groeiende interesse in het Evangelie. Mede door het bijbelvertaalwerk groeide er een interesse voor de verhalen in de Bijbel. Ieder jaar probeerden we een paar boekjes te verspreiden. We hebben alle kerkjes in ieder dorp bezocht en laten horen hoe de Bijbel in de moedertaal klinkt. Het enthousiasme was altijd groot, en daar is een honger gegroeid naar meer.

9.Toch bleef altijd het gevoel knagen dat deze mensen simpelweg geen ‘lezers’ zijn. De kans dat je iemand lezend onder een boom aantreft, is niet zo bar groot. We zagen het gebeuren in de week nadat we het Lukas-Evangelie in de Kabwa-taal hadden gepubliceerd, maar daarna nam het snel af. Mensen vertelden ons: dit is prachtig, maar lezen kost me gewoon zoveel moeite, en het is ’s avonds zo snel donker. We wisten: tenzij we deze vertaalde woorden ook op andere manieren aanbieden, zal veel goeds in de bijbelvertaling nooit op de bestemming aankomen. En dat zou simpelweg zonde zijn.

In de eerste jaren van ons project moesten we ons noodzakelijkerwijs richten op het opleiden van bijbelvertalers, het produceren van materiaal en het leggen van relaties in de gemeenschap. Als je in een willekeurig dorp zou hebben gevraagd: “Wat betekent het werk van Wycliffe voor jullie?”, zou je wellicht een vriendelijk antwoord horen waarin zoiets doorklinkt als, “Mooie plannen hoor, we zullen het zien!” En terecht. Mensen zijn gewend aan grootse plannen, maar de realiteit blijkt weerbarstig.

Momenteel ziet de Kabwa-gemeenschap echter de vruchten van ons werk. Het kostte even tijd, maar mede dankzij de geduldige bijdrage van de gemeenschap tijdens talloze bezoeken en vertaalcontroles, en de harde inzet van het complete Wycliffe team op ons vertaalkantoor, heeft de Kabwa-gemeenschap nu iets in handen gekregen waar het trots op is en blij mee is.

Het geloof komt door het gehoor. Dat geldt zeker hier in Tanzania. Momenteel hebben we op ons vertaalkantoor een collega die alle vertaalde bijbelboeken opneemt en beschikbaar stelt op cd’s, telefoons en op draagbare mp3-spelers die met zonne-energie opgeladen kunnen worden. Er is grote vraag naar! Waar we in de afgelopen jaren maar mondjesmaat boekjes verkochten, blijkt dat dat niet zozeer desinteresse in de Kabwa-Bijbel was, maar meer dat lezen geen plaatselijke liefhebberij is. Dezelfde boeken vinden nu hun weg in alle dorpen, omdat mensen er nu naar kunnen luisteren. De Bijbel voorgelezen door Kabwa-mensen die we getraind hebben om vloeiend en aantrekkelijk voor te lezen.

Vorig jaar zijn we in contact gekomen met een organisatie hier in Tanzania die lokale kerken ondersteunt bij hun evangelisatiewerk. Een van de meest gezegende hulpmiddelen om grote groepen mensen te bereiken met de boodschap van het Evangelie is het vertonen van een verfilming van het Lukas-Evangelie. Aangezien we een tijdje geleden dat Evangelie al vertaald hadden, en onze vertalers getraind zijn om dingen in de Kabwa-taal te vertalen, werden we gevraagd om onze medewerking te verlenen. In nauwe samenwerking van de kerkleiders van de gemeenschap is besloten om de film niet slechts in het Kabwa te ondertitelen, maar om het volledig in Kabwa op te nemen. Een enorme klus waarbij meer dan 40 mensen uit de Kabwa-dorpen hebben meegewerkt door hun unieke stem te laten klinken. Toen al het werk afgerond was, werd er met spanning uitgekeken naar de week na Pasen 2014. Want dan zou de film in première gaan. De kleine Kabwa-stam zou de eerste taalgroep in de regio zijn.

Vorige week maandag was het zover. ’s Morgens werd de film officieel opgedragen in een van de Kabwa-kerken in het bijzijn van iedereen die op de een of andere manier bijgedragen had. Ook vertegenwoordigers van de overheid waren present. De hoop werd uitgesproken: Als de Kabwa-mensen het Evangelie aanvaarden, zal het geweld en onrecht afnemen en er echte vrede in de gemeenschap komen.

DSC00174 (Large) (2)In het dorp hing een groot spandoek waarop de vertoning van de film over het leven van Jezus werd aangekondigd. Wij zouden er als gezin ook bij zijn, samen met onze huishelp en haar man en kinderen. Toen we vlak voor zonsondergang het dorp binnenreden, zagen we een hele stroom mensen richting het veld lopen waarop de film zou worden vertoond. Ik kon mijn ogen niet geloven toen we honderden mensen zagen wachten op wat komen zou!

DSC00280 (Large) (2)Voordat de film werd vertoond, werd er gebeden en een korte uitleg gegeven hoe de film tot stand is gekomen en wat mensen zouden gaan zien. Toen het echt donker was, begon de film. Het hele Lukas-Evangelie, van geboorte tot hemelvaart. Meer dan 500 mensen keken stil toe hoe Jezus wonderen deed, woorden van wijsheid sprak, stierf, en opstond uit de dood. En dat alles in een taal die iedereen begreep. Anderhalf uur lang klonk het Evangelie in de moedertaal van zoveel mensen die nooit het Evangelie hebben gehoord of een kerk hadden bezocht.

1782369_10152490823935774_3016814561740240972_oIk heb veel ontmoedigende en bemoedigende momenten mee gemaakt in de Kabwa-stam. Maar deze avond raakt me diep. Ik hoor het een na het andere bijbelvers voorbij komen die we twee jaar geleden samen hadden vertaald. Ik zie al die mensen – jong en oud – ernaar luisteren. Ik kijk naar hun gezichten. Ik ken er heel wat, maar lang niet allemaal. Ik ben geraakt. Ik dank God voor dit moment. En bid dat de woorden van het Evangelie zijn uitwerking niet zullen missen.

DSC00284 (Large) (2)Aan het eind van de avond wordt heel simpel uitgelegd wat Jezus aan het kruis heeft gedaan. De evangelist roept de Kabwa-mensen op tot berouw, om zich te bekeren, hun zonden te belijden aan God, en om het Evangelie te geloven. Heel veel mensen komen overeind om te bidden. God weet wat er in hun hoofd en hart omgaat. Maar de boodschap van het Evangelie maakt duidelijk veel los.

DSC00326 (Large)In de dagen erna horen we geweldige berichten uit de dorpen. We horen van mensen die tot geloof gekomen zijn en zich bij een kerk hebben aangesloten. Vrijwel alle kerken hebben deze week nieuwe leden verwelkomt. Jonge gelovigen die meer willen horen. We krijgen ook het nieuws dat verschillende moslims die de film hebben gezien, bij Jezus willen horen. Ze riskeren doelbewust enorme risico’s en zijn lid geworden van een kerk. We beseffen, dit is meer dan een enthousiaste reactie waar geen prijskaartje aan hangt. Op de bewuste maandag zijn er heel wat DVDs verspreid in alle Kabwa-dorpen. We horen van onze vertalers – die zelf in een van de dorpen wonen – dat in alle huizen waar elektriciteit is, in cafés, in hotels en waar dan ook, mensen bij elkaar komen en de film aan het bekijken zijn. Voorgangers zijn druk met het verwelkomen van nieuwe gelovigen. We zijn er stil van.

Afgelopen zondag mocht ik preken in een kerkje vlak naast het veld waar de film vertoond werd. Het was de meest vreugdevolle dienst die ik in de Kabwa-gemeenschap heb meegemaakt. Ik heb voor meer dan een uur gepreekt, en mensen hadden nog niet genoeg. Ik heb nooit zo’n grote honger gezien naar het Woord. Niet alleen van de nieuwe gelovigen die er die morgen waren, maar ook anderen die al langer christen zijn. We laten de gemeente een onlangs vertaalde brief uit het Nieuwe Testament horen in de Kabwa-taal. En we beloven: nog een paar jaar, en dan hebben jullie het complete Nieuwe Testament in jullie taal!

GEBED – God is aan het werk. Dank Hem daarvoor. En bid mee voor de Kabwa-mensen! Juist nu er zo’n grote honger is naar het Evangelie. En bid ook voor ons bijbelvertalers, dat we de komende jaren het Nieuwe Testament in de Kabwa-taal kunnen voltooien.

Ik heb de indruk dat steeds meer christenen zich veel directer betrokken voelen bij zendingswerk dan ooit tevoren. Waar je vroeger voor het laatste nieuws over het zendingswerk misschien naar een zendingsdag moest of een zendingsblaadje moest lezen, kun je tegenwoordig bijna wekelijks op de hoogte blijven van het wel en wee van Hessel of André. Het is allemaal wat persoonlijker geworden.

Niet alleen staan zendingsveld en achterban wat directer met elkaar in contact, ook de sponsoring is persoonlijk geworden. Veel mensen sponsoren niet zozeer een bepaald zendingsproject met een nauwelijks uit te spreken naam, maar zendingswerkers die ze kennen en die regelmatig communiceren over hun leven en werk. Organisaties doen er alles aan om het zo persoonlijk mogelijk te maken. Je kunt een Keniaans kindje sponsoren die je ieder jaar persoonlijk een handgeschreven briefje toestuurt, je favoriete bijbelvers adopteren en laten vertalen voor een bijbelloze taalgroep, of een brommer aanschaffen voor evangelist Fanueli die werkt in een uitgestrekte savanne. De trend lijkt te zijn dat hoe beter een gift te communiceren en te visualiseren valt, des te meer kans er is dat iemand zich ‘erdoor aangesproken’ voelt en besluit een gift over te maken. Het is dan ook geen verrassing dat de fondsenwerving van veel zendingsorganisaties aansluit bij dat gevoel om persoonlijk iets concreets te kunnen doen voor Gods werk in de wereld.

Het zal voor niemand nieuws zijn dat het uitvoeren van zendingswerk veel kosten met zich meebrengt die ‘wat minder aansprekend’ zijn. Dat geldt ook voor al die zendingswerkers die door een persoonlijke achterban ondersteund worden en geen vast salaris hebben waaruit deze ‘saaie uitgaven’ betaald kunnen worden. In de meeste gevallen hebben zij geen andere inkomsten dan de giften die ze maandelijks ontvangen. Giften ‘voor de zending’ moeten dan ook worden gebruikt voor een heel scala aan uitgaven. Sommige leiden heel direct tot een aansprekend resultaat, bijvoorbeeld om geluidsdragers met het Paasevangelie te verspreiden in een nauwelijks bereikte regio. Andere uitgaven helpen simpelweg om zendingswerkers op het veld te houden, bijvoorbeeld om de belasting te betalen die het gastland van zendingswerkers vraagt. Beide soorten uitgaven zijn noodzakelijk, al zijn ze misschien niet allebei even ‘aansprekend’.

Het is geweldig om te zien hoeveel mensen regelmatig en trouw geld voor zendingswerk beschikbaar stellen. Juist voor projecten die vele jaren in het beslag kunnen nemen, is langdurige steun cruciaal. De oudere generatie ziet dat misschien wel scherper dan de jongeren van nu, van wie sommigen toch wat meer gewend raken aan uitdagende werkvakanties in de tropen en sponsoracties voor een specifiek en haalbaar doel. Het zal moeten blijken of ook de nieuwe generatie het grotere plaatje zal blijven zien en het zendingswerk langdurig wil steunen. En dat ook te doen als niet iedere zendingswerker aansprekende verhalen kan schrijven over het werk dat hij of zij doet. Investeren in zendingswerk vraagt een zeker geduld en vertrouwen, ook als het soms even ‘stil’ blijft en we zendingswerkers de ruimte moeten geven om gewoon te doen waarvoor ze gestuurd zijn.

[Deze column werd vandaag gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad]

Op zaterdag 3 mei wordt er door een groepje enthousiaste hardlopers uit de thuisgemeente van André en Dorien een estafetteloop georganiseerd. De deelnemers lopen zich in het zweet voor het bijbelvertaalwerk in Tanzania.

De route is uitgestippeld over de Veluwe en deze komt exact op 100 km uit: De Ginkelse Hei, Wekerom, Harskamp, Kootwijkerbroek, Voorthuizen, Putten, Nijkerk, Nijkerkerveen, Hoevelaken, Achterveld, Barneveld, Scherpenzeel, Renswoude, Lunteren en Ede liggen allemaal op die (voorlopige) route.

Doe ook mee! Mail met [email protected] voor meer informatie over deelname of sponsoring. Of kijk op de website.

Maandagmorgen. Ik was al vroeg op het vertaalkantoor. We zouden die dag een aantal hoofdstukken van een nieuw vertaald Bijbelboek bespreken. Terwijl de vertalers het kantoor binnendruppelden kwam het nieuws binnen dat een van onze vertalers zijn tweejarige dochtertje had verloren. In plaats van die dag aan de slag te gaan, waren we een uurtje later op weg naar de begrafenis.

Een kinderkistje is altijd te klein. Een meisje dat vrolijk zou kunnen rondhuppelen, ligt doodstil te wachten om begraven te worden. Read More →

Het is geen geheim dat het zogenaamde ‘welvaartsevangelie’ enorme populariteit geniet in grote delen van de wereld, niet in het minst in Afrika. Tanzania vormt geen uitzondering, en nogal wat voorgangers preken wekelijks over een God die mensen materieel kan en wil zegenen, als men maar genoeg gelooft en genoeg geld geeft aan de kerk. Het accent ligt dan ook vaak op de voorwaarden en de beloofde zegeningen die te verwachten zijn. God komt natuurlijk ook ter sprake, maar dan vooral als Hij die de zegen geeft aan hen die erin geloven.

Toch kan het praten over het welvaartsevangelie allemaal een beetje abstract blijven, alsof het om een bepaalde theologie gaat, die verder niet veel met de gewone man te maken heeft. Daarom een verhaal over iets wat kort geleden gebeurde. Read More →

We voelden ons aardig goed voorbereid toen we toeleefden naar onze uitzending. We hadden zin om naar Tanzania te gaan en om daar een verschil te maken in de levens van gewone mensen. We hadden echter geen idee hoe de werkelijkheid ons door elkaar zou schudden. En dat we het zonder de hulp van God nooit vijf jaar zouden volhouden.

Terwijl we ons voorbereidden, lazen we veel over het land waar we naar toe zouden gaan. We zagen foto’s van hongerige kinderen. We lazen verhalen over een snel groeiende jonge kerk. We hoorden over zendelingen die alles gaven om de liefde van Jezus maar door te geven. Het raakte ons diep, en dat gaf een verlangen om ook te gaan. En God stuurde ons.

Die hongerige kinderen blijken nu soms zo ondankbaar, brutaal, veeleisend. Je wordt door ze bestolen. Je wilt ze liefhebben, maar het is zo veel makkelijker met een foto dan wanneer ze je buurkindjes zijn. Je merkt opeens zo’n tekort aan geduld en ontferming, en je schrikt ervan. Je wilt alles geven, maar op een dag realiseer je je opeens dat het je niet lukt, dat je er de energie niet meer voor hebt. Je voelt je er schuldig over, verward in ieder geval.

Die snel groeiende jonge kerk die we zo graag wilden dienen, werd zomaar een grote bron van teleurstelling. In het begin leek het geweldig om samen met de plaatselijke kerk het Evangelie verder te verspreiden, ook naar de onbereikte dorpen. We droomden over het toerusten van de kerk en het opzetten van bijbelstudiegroepen. Alleen al het woord ‘kerk’ bracht ongekende energie in ons naar boven. Maar op een dag realiseerden we ons dat dingen helemaal niet zo snel veranderen, laat staan verbeteren. We zagen dat de kerk een plek is waar leiders zich soms meer om zichzelf dan om anderen bekommeren. Hoe meer we de taal begonnen te begrijpen, des te meer schrokken we ervan hoe Jezus in de kerk de grote afwezige kon zijn. De kerk werd zomaar een plek waar je zelfs als zendeling liever niet wezen wilde. Nogal verwarrend. Kwamen we niet om de kerk te ondersteunen? Emoties en visie kunnen soms zo hard botsen. Je komt er niet uit, zonder Jezus’ hulp.

We kennen onze roeping. Maar de werkelijkheid test voortdurend de grenzen van ons geduld, de diepte van ons geloof en de spankracht van onze liefde. En we slagen niet altijd voor de test. Zonder een genadige God en geduldige vrienden die blijven bemoedigen en bidden, geloof ik niet dat wij tot het einde van dit jaar zullen kunnen dienen op de manier zoals Jezus het heeft bedoeld. Alleen mét Hem kunnen we vruchtbaar dienen, ook op de momenten dat we onszelf soms zulke ongeschikte zendingswerkers voelen.

[Deze column werd gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad van donderdag 9 Januari 2014.]

Als we in Nederland zijn, zullen we de kinderen er weer van moeten overtuigen: “Je mag best water uit de kraan drinken hoor, echt!” Leven in Tanzania is nogal anders dan in Nederland. Maar na een jaar of vijf denk je er gewoon niet meer over na. Het is gewoon. Tot je bezoek uit Nederland krijgt, en je met andere ogen even naar het ‘normale leven’ kijkt.

De eerste vijf situaties met een :-):

  • We rijden door de stad met een auto vol kinderen. Natuurlijk zijn er niet genoeg gordels, en in de kofferbak al helemaal niet. Iedereen zit strak op elkaar gepakt en zingt er vrolijk op los. Tot we door een politieagent worden aangehouden. Licht nerveus laten we het raampje zakken. Hij kijkt in de auto, ziet een elftal opgelaten kinderen, en vraagt dan: “Kan ik een lift krijgen tot het bureau?”
  • Verkeersregels zijn er om alles in goede banen te leiden. Als het verkeer zichzelf wel ongeveer regelt, heb je niet zoveel regels nodig. En de regels die er zijn en massaal worden genegeerd, kun je maar beter niet in je eentje opvolgen, want dat leidt tot ongelukken. Wie stopt er nu voor een rood licht als iedereen doorrijdt?! Sommige wegen zijn zo breed dat je een soort onofficiële vierbaansweg krijgt. Welke kant iedere baan opgaat, hangt af van de tijd van de dag. Zolang je maar meedoet, gaat alles goed. En luid claxonneren in het verkeer is niet meer dan anderen van je aanwezigheid bewust maken. Alleen onze gasten worden er nerveus van, maar het went altijd snel. In het verkeer voel je je nooit alleen.
  • We zitten in de kerk, met z’n vijven. Het is een bankje voor vier. Zodra een van de kinderen opstaat, belandt er een stevige dame naast ons op het opengevallen plekje. We schuiven in. Tot er weer een kind opstaat. Plaatsje vergeven. In de kerk weet je alleen hoe en waar je zit op het moment dat je gaat zitten. Waar je uiteindelijk belandt en tussen wie je dan zit, dat is afwachten.
  • Vlak voor ons huis ligt een zandweg. Aan beide kanten van de weg ligt een diepe goot, om het water af te voeren tijdens het regenseizoen. Een geweldig idee dat meestal werkt. Ware het niet dat de zandweg door alle rommel en modder inmiddels zo hoog geworden is dat iedere regenbui de goten opvult met het zand en modder van de weg. Na iedere regenbui komt een troepje jongens opdraven om de goten weer leeg te scheppen. En waar wordt de modder neergegooid? Juist, op de weg! Er valt haast niet meer op te fietsen, maar de goot is weer netjes schoon. Tot de volgende bui. Weg met de werkloosheid.
  • Onze rechterhand slijt hier harder dan die van een hardwerkende boer in Nederland. Waar je ook gaat, je schudt elkaar toch zomaar vijf keer hartelijk de hand, en bij een lang gesprek nog wel vaker. Een leuke opmerking gaat met een soort handklap gepaard, en om je medeleven te tonen houdt je iemands hand wat langer vast. Niet maar even, maar echt een tijdje. Bij een goed gesprek heb je elkaar toch wel een paar minuten vast. En als de ander vertrekt, dan houd je elkaars hand vast terwijl je loopt. Ook als mannen loop je hand in hand tot bij de weg waar je afscheid neemt. Voelt het gek? Een beetje soms, maar niet echt meer. Want je weet dat je vrienden hebt, en daarom doe je het.

Het was een week waarin van alles gebeurde. Nieuw vertaalde Bijbelboeken rollen uit de printer. Een dodelijk ongeluk. Een terroristische aanslag.

We vierden feest op het vertaalkantoor. Vijf grote dozen werden afgeleverd, en iedereen wist wat erin zat: Het Lukas-Evangelie in de Zinza-taal. Eindelijk hebben nu alle acht talen in onze vertaalproject een Evangelie in de eigen taal. Iets om te vieren! Een dag later rolden twee grote stapels met het boek Jona uit de printer. Weer twee talen waarin dit boek nu gelezen en begrepen kan worden. Het zijn momenten waarop we dankbaar zijn en vol verwachting uitzien naar hoe God Zijn eigen woorden gaat gebruiken.

We weten het ondertussen uit ervaring: als er iets te vieren valt, gebeuren er altijd dingen die onze vreugde temperen. Kort nadat drie nieuwe Bijbelboeken beschikbaar kwamen, kregen we ’s morgens vroeg een telefoontje van een collega. Ze was in paniek en zei dat ze een ongeluk had gehad en dat er een meute mensen om de auto heen stond. Omdat het vlak bij het vertaalkantoor was gebeurd, renden we er snel naar toe. We zagen honderden mensen. Het was een gevaarlijke situatie. Schuldig of niet, voor je het weet heeft de meute de auto in brand gestoken, met of zonder inzittenden. Gelukkig was de politie snel ter plekke. Mijn collega zat met haar dochter in de auto, ze waren bang. Ik zag een jonge man onder de auto leegbloeden. Het was duidelijk dat hij het niet zou overleven. Hij stierf kort erna.

Al snel werd overal doorverteld: een blanke heeft iemand doodgereden. Toch was dat niet geval. Een motor-taxi was de macht over het stuur verloren, en was op een andere motor gebotst. De man was over het wegdek onder de auto gegleden, en het leek er dus erg op dat hij aangereden was door een auto. Bloederige foto’s verschenen in de krant, met het onjuiste verhaal. Een gevaarlijke situatie, want als een van de weinige blanken in de stad kun je je niet verbergen. En tegen geruchten kun je je nauwelijks verdedigen. Tot onze opluchting hebben ooggetuigen de familie en de politie kunnen overtuigen van wat er daadwerkelijk gebeurd was. Het was niettemin een vreselijke situatie. Ons gevoel van veiligheid op straat had een stevige knauw gekregen.

Twee dagen later hoorden we opeens dat er een aanslag was gepleegd in Nairobi. Kenia en Tanzania zaten aan de buis gekluisterd. Toen we zagen waar het was gebeurd, schrokken we nog erger. Hier hadden we een paar maanden geleden nog met onze kinderen gelopen! We zagen neergeschoten mensen liggen op plekken die we maar al te goed kennen. Een drama dat veel slachtoffers heeft geëist en ons persoonlijk diep geraakt heeft.

Deze wereld is niet veilig. En op sommige momenten voel je dat extra scherp. Het was een week waarin we Gods nabijheid heel hard nodig hadden.

Deze column is geplaatst in het Reformatorisch Dagblad van donderdag 8 november 2013.

Sinds kort hebben we op ons vertaalkantoor een eigen machine om publicaties te drukken! RisographDeze week is de machine in gebruik genomen en de eerste twee stapels boeken zijn van de pers gerold: Jona in de Kwaya-taal en in de Jita-taal.

Terwijl onze bijbelvertalers momenteel werken aan grotere boeken (Genesis, Handelingen, Openbaring en een aantal brieven van Paulus en Johannes) zijn we blij dat we tussendoor ook kleinere boeken kunnen printen en verspreiden. Het is belangrijk dat de mensen in de dorpen regelmatig nieuwe boekjes in handen krijgen en gebruiken. Voor verschillende talen hebben we zo al dingen ontdekt die we in de schrijfwijze van de taal konden verbeteren. Hoe meer mensen al vertrouwd raken om delen van de Bijbel in hun eigen taal te lezen, des te beter straks het complete Nieuwe Testament ook ontvangen kan worden.

Morgen hopen een paar van onze collega de jaarlijkse Bijbel-zondag te vieren met de Kwaya-stam. Bid dat de nieuw geprinte boekjes goed ontvangen zullen worden en dat God alle aanbidding krijgt.

SONY DSC