Ik begin aan deze blog in een pikdonkere guesthouse in Mugumu, een klein stadje aan de rand van het wereldberoemde Serengeti safari park. De stroom is uit, er is geen stromend water, de mieren lopen tegen mijn bedpoten omhoog, en ik zie gaten in mijn muskietennet zo groot als mango’s. Maar ik voel me dankbaar voor een geweldig positieve week met onze nieuwe Ikoma meelezers. Bij kaarslicht ondertekenen we de certificaten voor de Ikoma vrienden die vandaag officieel als meelezers worden benoemd!

Het duurt niet lang meer, hopen we. Nog ongeveer twee jaar, en dan krijgen de Ikoma mensen Genesis en het Nieuwe Testament in hun eigen taal. Het werd hoog tijd om het inmiddels afgeronde deel van de vertaling voor te leggen aan onze meelezers, een groep vertegenwoordigers uit alle bestaande kerken in Ikoma land.

Maar voordat meelezers onze vertaling kunnen beoordelen, moeten ze wel wat training krijgen. In mei hebben we een introductie-cursus gegeven, en deze week deel 2 voor gevorderden. Het resultaat: we hebben nu negen Ikoma kerkleiders die zich pro deo willen inzetten om alle vertaalde boeken zorgvuldig door te nemen, en hun verbeterpunten met de vertalers te bespreken. Geweldig!

Hieronder zeven redenen waarom ik met zoveel voldoening terug kijk op deze trainingsweek:

#1: Deze workshop werd gehouden in de Lutherse Kerk van Mugumu. Ook al hadden we tijdens deze meelezers-training geen deelnemers uit de Lutherse Kerk, de predikant stond erop dat het in zijn kerk gehouden werd, gratis en voor niets. Het is fantastisch dat we partners hebben die delen van wat ze kunnen delen. 

#2: Dominee Muya leidde een van de dagopeningen uit de Ikoma Bijbelvertaling. Niet alleen de bijbellezing, maar ook de uitleg en het gebed deelde hij in vloeiend Ikoma. Het was een prachtig voorbeeld voor alle aanwezige kerkleiders dat het kan, en dat de boodschap van de Bijbel op een ongekend krachtige manier doordringt in je hart.

#3: “Mungu anaongea lugha yetu” staat er op zijn T-shirt. Het betekent: “God spreekt onze taal!” De meelezers hebben in de afgelopen maanden in groepen een compleet Evangelie doorgelezen en de vertaling van opmerkingen voorzien. Tijdens de trainingsweek bespraken ze elkaars opmerkingen en formuleerden suggesties tot verbetering. De bijbelvertalers hebben alle suggesties meegenomen en gaan ze beoordelen. Waar mogelijk wordt de vertaling verder verbeterd. Ik was enorm bemoedigd om te zien hoe zorgvuldig gekeken werd of de betekenis van de bijbelteksten overal correct was en helder overkomt.

#4: We hadden niet alleen mannen, maar ook vrouwen die gerespecteerde rollen vervullen in de Ikoma stam. Dat leverde tijdens onze besprekingen soms waardevolle inzichten op. Deze vrouwen hebben door het Mattheüs Evangelie heen gewerkt, en kwamen met goede ideeën om de vertaling op een paar plekken te verbeteren. Sommige bijbelverzen gaan over dingen waar vrouwen meer over weten dan mannen. Het was ontzettend waardevol om hun inbreng te verzamelen en ervoor te zorgen dat we de juiste woorden gebruiken voor soms wat gevoelige onderwerpen.

#5: We hadden deelnemers uit een breed scala aan kerken, maar de discussies waren zeer respectvol. Er werd goed naar elkaar geluisterd en het gebeurde meerdere keren dat iemand tijdens de discussie zijn mening bijstelde en een inzicht van iemand anders overnam.

#6: Aan het einde van de week hadden we een open discussie over hoe de meelezers hun werk willen gaan doen. Het was prachtig om te zien hoe de meelezers zichzelf in groepen organiseerden en plannen maakten hoe ze hun werk zo efficient en goedkoop mogelijk zouden kunnen doen. Iedere deelnemer besloot vrijwillig mee te werken zonder een vergoeding van Wycliffe te verwachten. Tijdens de officiële benoemingsceremonie ontvingen we een aantal genodigden uit verschillende kerken. Op deze foto moedigt de voorzitter van het Ikoma taal-comité de meelezers aan om hun werk trouw te doen. Hij zei: “Niemand van jullie had ooit verwacht dat u ooit meelezer zou mogen zijn van de eerste bijbelvertaling in de Ikoma taal. Nu u vandaag bent benoemd, moedig ik u aan om het werk van God vol overgave te doen!”

#7: Omdat iedereen geschikt bleek en zich pro Deo wil inzetten voor de Ikoma bijbelvertaling, konden we iedere deelnemer officieel tot meelezer benoemen. De negen nieuwe meelezers beloofden trouw te zijn in hun werk, en zich actief in te zetten voor de verspreiding en acceptatie van de nieuwe Ikoma Bijbel.

#8: Eigenlijk had ik maar zeven redenen, maar ik heb het impalavlees nog steeds niet genoemd! Zoals gezegd wonen de Ikoma aan de rand van een groot natuurreservaat. Het wil in zulke regionen nog wel eens gebeuren dat een lichtvoetig mals diertje wat te dicht bij te bewoonde wereld terecht komt (of een Ikoma jager een tikkeltje te ver afdwaalt van de bewoonde wereld), en dan maakt zo’n beestje kennis met de scherpe punt van een pijl of speer. Een lokale delicatesse, kimoro genoemd. Op een van de laatste dagen van de workshop werd ik er al op voorbereid dat er morgen ‘kimoro’ zou zijn. Wat het was dat zou ik wel zien. Nou, ik moet zeggen, het gedroogde zoute vlees van een impala is prima te eten!

We zijn alweer een maand terug in Tanzania. Elke dag biedt weer nieuwe situaties en soms flinke uitdagingen. Dat is zo gewoon dat we er vaak niet lang over nadenken en al helemaal vergeten er over te schrijven. Maar dat willen we de komende tijd anders doen. Met een paar korte blogs willen we schrijven over gebeurtenissen die ons bemoedigen of juist zorgen geven. Kortom: snapshots uit het gewone leven van een Nederlandse familie die God wil dienen in een uithoek van Tanzania.

Zondag 27 augustus 2017

We zitten om half 10 in de auto op weg naar Mmazami. Het is een van de Kabwa dorpen waar we al sinds 2009 regelmatig komen. Vandaag bezoeken we de gemeente van een bevriende voorganger. Als we aankomen worden we hartelijk omhelsd. 4 maanden is een lange tijd om weg te zijn, en we zijn blij om elkaar weer gezond en wel te zien.

De dienst is al begonnen als we binnenstappen. Inmiddels kennen we de kunst van het te laat komen. We missen nooit wat. Alles in de kerk lijkt nog te zijn zoals het was toen we weg gingen, met dit verschil dat er nu fel gekleurde sjerpen voorin de kerk hangen en de geluidsboxen vandaag lijken te ontbreken. Daar zijn we in het geheel niet rouwig om. Het is altijd prettig om een dienst mee te maken zonder propjes papier in de oren. Maar we snappen de logica van onze geluidsman ook wel: als de boodschap de moeite waard is, moet iedereen het kunnen horen. Niet alleen binnen de kerk, maar ook er buiten. Dat de arme gelovigen binnen met bonkende hoofden en piepende oren naar buiten stappen, is dan maar het nodige offer dat gebracht moet worden. Maar vandaag heerst er een aangename vrede onder het inmiddels gloeiende golfplaten dak.

Ik heb op dit moment nog geen idee wie er zal preken. De preek is het laatste onderdeel van de dienst. Normaal gesproken preekt de gast, maar vandaag zijn er wel drie gasten die in aanmerking komen. Twee dominees uit de hoofdstad en ik. En dan is er nog de eigen predikant die zich heeft voorbereid voor het geval de gasten niet komen opdagen. Terwijl de dominee de hele dienst aan elkaar praat, krijgen de twee gasten eerst de gelegenheid om de gemeente toe te spreken. Als ze beiden na een kleine 10 minuten klaar zijn met hun aanmoedigende boodschap, begrijp ik hoe de vlag erbij hangt. Ik mag straks de preek gaan houden.

Inmiddels heb ik geleerd om altijd voorbereid te zijn. Niet dat ik alles op papier of in mijn hoofd hoef te hebben, maar wel dat ik er klaar voor ben om de gemeente Gods woorden te laten horen. Dat is soms niet zo moeilijk als het je dagelijkse werk is om de Bijbel te vertalen en elke week mag lesgeven aan een bijbelschool. De preek die ik vandaag hoop te houden zal gaan over dat God altijd barmhartig is, en ons altijd troost. Hoe meer we lijden, hoe meer we Gods hulp ervaren, en hoe beter we anderen kunnen troosten die door vergelijke situaties heengaan (2 Korinthe 1). Voor een gemeente die door een moeilijke periode van voedseltekort en droogte heengaat, is het een boodschap van hoop. En zo wordt het ook ervaren.

Maar dan zie ik opeens iets moois gebeuren. De predikant vertelt aan de gemeente dat hij bij broeder Ema op bezoek is geweest, en dat hij geschrokken was van wat hij daar zag. Ema’s vrouw is zwanger. Tijdens het korte bezoek van haar predikant viel ze twee keer flauw. Niet door boze geesten, zoals eerst werd gedacht, maar door bloedtekort. In het hele huis was geen eten te bekennen. Tijdens de dienst krijgt de gemeente te horen wat er aan de hand is, en ik wordt geraakt door wat er dan gebeurt.

De een na de andere in de kerk staat op en belooft zijn of haar hulp. Een kilo suiker, een mand met fruit, een emmer mais, een koeienkop voor in de soep, een blok zeep en kilo’s bonen. Zelfs kinderen beloven iets te brengen. Binnen 15 minuten zijn alle ingrediënten voor een feestmaal aanwezig. Ema zit met tranen in zijn ogen alles aan te kijken. De schaamte maakt plaats voor vreugde. Gods troost bereikt hem, via de handen van zijn vrienden in de kerk. En precies zoals in het bijbelgedeelte dat we lazen, prijst de hele gemeente God dat hij ons troost in de moeilijkste situaties. Juist de mensen die dit zelf meegemaakt hebben, staan voor in de rij om troost te bieden in woord en daad.

Ik wordt geraakt door wat ik zie. Hier zie ik een gemeente die het hart van God vertolkt. Liefde, ontferming, troost, hulp. De Afrikaanse kerk kent allerlei problemen, maar dat weerhoudt de gelovigen er niet van om elkaar te dienen door de liefde. Hier zie ik iets gebeuren waar ik stil van wordt, en God heel hartelijk voor dank!

Vandaag is het precies 8 jaar geleden dat we in Tanzania aankwamen om mee te helpen aan het vertalen van de Bijbel in de talen van Tanzania!

In die 8 jaar is veel gebeurd, maar voor ons springt één ding er toch wel uit: het enorme voorrecht om dit prachtige werk te mogen doen. De zegen die wij gekregen hebben door het werken in Gods Koninkrijk staat in geen verhouding tot de “prijs” die we er voor moesten “betalen”.

Het bijbelvertaalwerk in Musoma begon in het jaar dat wij aankwamen, begin 2009. We zijn nu 8 jaar verder, en in de meeste talen is nu zo’n 50-70% van het Nieuwe Testament af. We hopen binnen een paar jaar, vanaf 2020, de eerste Nieuwe Testamenten te kunnen aanbieden aan de bevolking. Intussen doen we ons best om zoveel mogelijk mensen al een voorproefje te geven van wat er aan staat te komen.

Afgelopen zondag heb ik met een collega een kort bezoek gebracht aan vijf verschillende kerken in de buurt. Tijdens de morgendienst hebben we overal in zo’n 20 minuten verteld hoe het vertaalwerk ervoor staat. In iedere kerk hebben we de materialen laten zien die in de verschillende talen klaar zijn.

Ook lieten we mensen een stukje horen uit de audio-Bijbel in de grootste taal van de regio (Jita). Sommige mensen kennen ons werk al jaren, maar voor best veel mensen was het toch echt nieuws. De reacties waren heel positief.

Vooral het horen van de Bijbel in de eigen taal maakt veel los. Als de taalbarriëre wegvalt, dringen de woorden blijkbaar echt door. We doen ons best om straks het complete Nieuwe Testament op te nemen in alle talen. Het is een belangrijke stap in een cultuur waarin mensen nauwelijks 10 minuten kunnen lezen, maar met gemak 2 uur naar iets kunnen luisteren.

Ik kwam zondagmiddag weer bemoedigd thuis. Het werk dat we doen is de moeite waard, en de Bijbel zal eindelijk open gaan voor tienduizenden mensen in onze regio!

Wycliffe plaatste gisteren een blog met daarin een verhaal uit onze laatste nieuwsbrief.

Wat is het een bemoediging voor bijbelvertalers om te zien hoe God hun werk op de een of andere manier gebruikt om mensen te zegenen. Het is geweldig dat zoveel mensen in de afgelopen tijd in aanraking gekomen zijn met het Evangelie, en gezien hebben hoe Jezus alle macht heeft, ook op de aarde.

 

Bezeten meisje genezen

» door André Kamphuis

Onlangs werd in het Ikizu-gebied (Tanzania) de film over het leven van Jezus voor het eerst vertoond. In het gebied werken veldmedewerkers André en Dorien Kamphuis. De lokale vertalers, met wie André en Dorien samenwerken hebben hun bijdrage aan de film geleverd door het script te vertalen, woorden die voor een groot deel uit het Lukas-Evangelie komen en al eerder in het Ikizu vertaald zijn. De vertoning van de film had impact op de lokale bevolking.

Eén van de lokale vertalers, Rukia, kwam terug van de vertoning met een indrukwekkend verhaal:

“Een paar dagen na de vertoning van de Jezus-film, zagen twee jonge mannen een grote groep mensen bij elkaar op straat. Ze dachten eerst dat er misschien een ongeluk gebeurd was. Ze kwamen dichterbij om te kijken wat er precies aan de hand was. Een van de twee mannen was een gelovige, de andere niet, al had hij wel eerder die week de Jezus-film gezien.

Toen ze dichterbij gekomen waren, zagen ze in het midden een meisje dat bezeten was door kwade geesten. Het meisje was in de voorgaande maanden al verschillende keren naar dokters geweest, maar niets had geholpen. De ene jonge man die zelf geen christen was, zei dat hij vond dat het meisje zich net zo gedroeg als de persoon in de Jezus-film die door Jezus genezen werd. Daarom besloot zijn vriend om het meisje mee te nemen naar een kerkje in de buurt, zodat de voorgangers voor haar konden bidden.

Tijdens het gebed om haar bevrijding en genezing, verlieten de kwade geesten haar. Het meisje én haar familie geloofden vanaf dat moment in Jezus en wilden nu ook christen worden. Op dezelfde dag werd het hele gezin van 11 mensen gedoopt.

Als de jonge man de Jezus-film niet gezien had, zou hij niet geweten hebben dat Jezus de macht heeft over kwade geesten en mensen uit hun macht kan bevrijden.”

Toen André in de middag nog even met de lokale vertaler Rukia over deze bijzondere gebeurtenis sprak, vertelde zij dat het hele gezin nog steeds trouw naar de kerk komt en ze gegroeid zijn in hun geloof. Hoe geweldig is dat?

Over de schrijver:

André Kamphuis schreef bovenstaande tekst in zijn nieuwsbrief. Hij en zijn vrouw, Dorien, zijn betrokken bij het Bijbelvertaalwerk in Tanzania. André is vertaalconsulent en traint vertaaladviseurs en Bijbelvertalers. Dorien is taalkundige en geeft thuisonderwijs aan hun drie kinderen.

U kunt het werk van André en Dorien steunen door voor hen te bidden of door een gift over te maken via hun persoonlijke pagina.

Kinderen horen er in de kerk helemaal bij, en toch krijgen ze soms maar weinig aandacht in de dienst. Dat hoor ik van vrienden in Nederland, maar het geldt hier in Tanzania nog veel meer. Als ik op zondagmorgen om me heen zie ik doorgaans dat minstens de helft van de kerk gevuld is met kinderen. De meesten van hen zijn kleine kinderen. Lang niet allemaal beheersen ze al de landstaal die in de kerk gebruikt wordt. De bijbellezingen en de preek gaan over hun hoofden heen en de rest is eenvoudigweg niet interessant. In de meeste kerken komt een zondagschool maar niet van de grond. De kinderen zitten erbij, – vaak opmerkelijk rustig voor de urenlange dienst! – maar veren pas echt op zodra de drum uit de hoek komt en er gezongen en gedanst wordt.blog3

blog2

blog1

Ik mag regelmatig preken in een van de kerkjes in de buurt. Van tevoren denk ik altijd na over wat de boodschap zal zijn en hoe ik de boodschap wil overbrengen. Maar iedere keer als ik de kerk binnen kom en al die kinderen voor me zie, besef ik het weer: ik preek óók voor de kinderen!

blog11

Read More →

Er staan hier in Tanzania nogal wat onafgebouwde huizen. Ik denk zelfs dat aan de meeste huizen in onze buurt nog steeds wordt gebouwd. Duizenden stenen staan geduldig te wachten om ooit op een dag tot een huis te worden verwerkt.

brick-clamp-for-fire

Jezus zei ooit dat je de kosten goed moet doorrekenen voordat je begint een huis te bouwen. Doe je dat niet, dan zullen mensen je uitlachen omdat je wel aan iets was begonnen, maar het niet kan afmaken. Deze woorden klonken voor mij altijd nogal logisch, maar een gemiddelde Tanzaniaanse bijbellezer snapt niet goed wat het probleem is en waar om gelachen zou moeten worden.

Men denkt: Wie is er ooit in staat om al het benodigde geld bij elkaar te verzamelen voordat de bouw begint? Niemand. En als iemand zijn huis nog niet af heeft, dan komt dat vast doordat hij zijn geld aan belangrijkere dingen moest besteden. Het schoolgeld van de kinderen, of de dokter voor zijn moeder. Wie gaat stenen kopen als zijn kinderen hem thuis aanstaren en vragen: “Papa, waarom mag Neema wel naar school, en ik niet?” Een onafgebouwd huis kan zomaar een symbool van zorgzaamheid zijn, van een vader die zijn prioriteiten op orde heeft.

creditto-flickrdotcom-photos-stoneywish-3644497152-Het maken en uitvoeren van plannen, lijkt soms een zeldzame luxe te zijn. Zeker in een land waar niets zeker is. Waar je vandaag niet weet of je morgen nog een inkomen hebt, waar de regenseizoenen onvoorspelbaar zijn geworden, en waar je altijd extra geld op zak nodig hebt om de dokter vandaag nog naar je zieke kind te laten kijken. In zo’n land wordt het woord “plan” altijd voorzien van de uitdrukking: “als God het wil”. Het is een gevleugelde uitdrukking geworden, maar het is meer dan een betekenisloze slogan. Men heeft geleerd dat goede plannen geen garantie zijn voor een succesvolle uitkomst. Dat gebeurt alleen als God het wil.

Zendingswerk in Afrika lijkt een beetje op het bouwen aan een huis. Hoe goed en verstandig onze plannen ook zijn, je weet niet of het project af komt. Je weet zelfs niet of je de belangrijkste doelen zult halen. Er kan van alles tussenkomen. Als God het wil.

Geen enkele werker heeft de garantie om bij de voltooiing van het huis aanwezig te zijn en te genieten van het eindresultaat. Maar de bijdrage is relevant en het werk moet met overtuiging en overgave worden gedaan. De architect is een Ander. De werkers vertrouwen Hem en geloven dat het plan waardevol is en hun inzet de moeite waard. Het gaat niet om hen, het is voor Hem!

Zendingswerkers die geen vreugde vinden in het storten van een fundament of het aangeven van ruwe stenen, moeten leren om opnieuw de architect te vertrouwen. Het werk dat zij doen voor Hem is nooit tevergeefs, maar altijd waardevol (1 Korinte 15:58). Hij heeft het plan bedacht en houdt het eindresultaat voor ogen.

Als we zouden kunnen dromen en een blik slaan op het prachtige huis waaraan we mogen bouwen, dan zouden we zien hoe de ruwe steen die we met gekloofde handen aanreikten aan de metselaar, prachtig blijkt te passen in het totaalplaatje. Nu zien we dat nog niet. Maar vertrouwen op de architect betekent geloven dat wat we doen voor Hem, nooit zijn waarde verliest.

 [Deze column is gisteren gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad.]

Ik herinner me goed de laatste dienst in onze thuisgemeente, een paar dagen voordat we opnieuw uitgezonden werden naar Tanzania. Ik wist wat ik zou zeggen, althans waar ik de nadruk op zou leggen. Ik vroeg de gemeente om niet alleen voor ons als gezin te bidden, maar vooral ook voor de mensen die we met ons werk zouden bereiken. Ik heb vaak speciaal gebed gevraagd voor de kleinste bevolkingsgroep in ons project, de Kabwa. En vandaag kan ik schrijven over hoe God zichtbaar aan het werk is onder de Kabwa-mensen.

De Kabwa-stam is lange tijd erg gesloten geweest voor het Evangelie. De evangelisten die in het gebied geplaatst werden hebben me vaak verteld dat de Kabwa-mensen niet veel op hebben met de kerk. En ook al kun je in bijna ieder dorpje wel een of meerdere kerkjes vinden waar een handvol mensen wekelijks bij elkaar komt, je kunt toch nauwelijks zeggen dat veel Kabwa-mensen volgelingen van Jezus Christus zijn.

1.Toen ik vijf jaar geleden begon om het Kabwa-gebied te bezoeken en vriendschappen op te bouwen met leiders van kerken en dorpen, raakte ik onder de indruk van moeilijke levensomstandigheden van deze mensen. Ik kon me zonder veel moeite inleven dat vrijwel iedereen prioriteit gaf aan overleven boven dingen als kerk of het lezen van de Bijbel.

In de afgelopen jaren ben ik echter ook getuige geweest van een groeiende interesse in het Evangelie. Mede door het bijbelvertaalwerk groeide er een interesse voor de verhalen in de Bijbel. Ieder jaar probeerden we een paar boekjes te verspreiden. We hebben alle kerkjes in ieder dorp bezocht en laten horen hoe de Bijbel in de moedertaal klinkt. Het enthousiasme was altijd groot, en daar is een honger gegroeid naar meer.

9.Toch bleef altijd het gevoel knagen dat deze mensen simpelweg geen ‘lezers’ zijn. De kans dat je iemand lezend onder een boom aantreft, is niet zo bar groot. We zagen het gebeuren in de week nadat we het Lukas-Evangelie in de Kabwa-taal hadden gepubliceerd, maar daarna nam het snel af. Mensen vertelden ons: dit is prachtig, maar lezen kost me gewoon zoveel moeite, en het is ’s avonds zo snel donker. We wisten: tenzij we deze vertaalde woorden ook op andere manieren aanbieden, zal veel goeds in de bijbelvertaling nooit op de bestemming aankomen. En dat zou simpelweg zonde zijn.

In de eerste jaren van ons project moesten we ons noodzakelijkerwijs richten op het opleiden van bijbelvertalers, het produceren van materiaal en het leggen van relaties in de gemeenschap. Als je in een willekeurig dorp zou hebben gevraagd: “Wat betekent het werk van Wycliffe voor jullie?”, zou je wellicht een vriendelijk antwoord horen waarin zoiets doorklinkt als, “Mooie plannen hoor, we zullen het zien!” En terecht. Mensen zijn gewend aan grootse plannen, maar de realiteit blijkt weerbarstig.

Momenteel ziet de Kabwa-gemeenschap echter de vruchten van ons werk. Het kostte even tijd, maar mede dankzij de geduldige bijdrage van de gemeenschap tijdens talloze bezoeken en vertaalcontroles, en de harde inzet van het complete Wycliffe team op ons vertaalkantoor, heeft de Kabwa-gemeenschap nu iets in handen gekregen waar het trots op is en blij mee is.

Het geloof komt door het gehoor. Dat geldt zeker hier in Tanzania. Momenteel hebben we op ons vertaalkantoor een collega die alle vertaalde bijbelboeken opneemt en beschikbaar stelt op cd’s, telefoons en op draagbare mp3-spelers die met zonne-energie opgeladen kunnen worden. Er is grote vraag naar! Waar we in de afgelopen jaren maar mondjesmaat boekjes verkochten, blijkt dat dat niet zozeer desinteresse in de Kabwa-Bijbel was, maar meer dat lezen geen plaatselijke liefhebberij is. Dezelfde boeken vinden nu hun weg in alle dorpen, omdat mensen er nu naar kunnen luisteren. De Bijbel voorgelezen door Kabwa-mensen die we getraind hebben om vloeiend en aantrekkelijk voor te lezen.

Vorig jaar zijn we in contact gekomen met een organisatie hier in Tanzania die lokale kerken ondersteunt bij hun evangelisatiewerk. Een van de meest gezegende hulpmiddelen om grote groepen mensen te bereiken met de boodschap van het Evangelie is het vertonen van een verfilming van het Lukas-Evangelie. Aangezien we een tijdje geleden dat Evangelie al vertaald hadden, en onze vertalers getraind zijn om dingen in de Kabwa-taal te vertalen, werden we gevraagd om onze medewerking te verlenen. In nauwe samenwerking van de kerkleiders van de gemeenschap is besloten om de film niet slechts in het Kabwa te ondertitelen, maar om het volledig in Kabwa op te nemen. Een enorme klus waarbij meer dan 40 mensen uit de Kabwa-dorpen hebben meegewerkt door hun unieke stem te laten klinken. Toen al het werk afgerond was, werd er met spanning uitgekeken naar de week na Pasen 2014. Want dan zou de film in première gaan. De kleine Kabwa-stam zou de eerste taalgroep in de regio zijn.

Vorige week maandag was het zover. ’s Morgens werd de film officieel opgedragen in een van de Kabwa-kerken in het bijzijn van iedereen die op de een of andere manier bijgedragen had. Ook vertegenwoordigers van de overheid waren present. De hoop werd uitgesproken: Als de Kabwa-mensen het Evangelie aanvaarden, zal het geweld en onrecht afnemen en er echte vrede in de gemeenschap komen.

DSC00174 (Large) (2)In het dorp hing een groot spandoek waarop de vertoning van de film over het leven van Jezus werd aangekondigd. Wij zouden er als gezin ook bij zijn, samen met onze huishelp en haar man en kinderen. Toen we vlak voor zonsondergang het dorp binnenreden, zagen we een hele stroom mensen richting het veld lopen waarop de film zou worden vertoond. Ik kon mijn ogen niet geloven toen we honderden mensen zagen wachten op wat komen zou!

DSC00280 (Large) (2)Voordat de film werd vertoond, werd er gebeden en een korte uitleg gegeven hoe de film tot stand is gekomen en wat mensen zouden gaan zien. Toen het echt donker was, begon de film. Het hele Lukas-Evangelie, van geboorte tot hemelvaart. Meer dan 500 mensen keken stil toe hoe Jezus wonderen deed, woorden van wijsheid sprak, stierf, en opstond uit de dood. En dat alles in een taal die iedereen begreep. Anderhalf uur lang klonk het Evangelie in de moedertaal van zoveel mensen die nooit het Evangelie hebben gehoord of een kerk hadden bezocht.

1782369_10152490823935774_3016814561740240972_oIk heb veel ontmoedigende en bemoedigende momenten mee gemaakt in de Kabwa-stam. Maar deze avond raakt me diep. Ik hoor het een na het andere bijbelvers voorbij komen die we twee jaar geleden samen hadden vertaald. Ik zie al die mensen – jong en oud – ernaar luisteren. Ik kijk naar hun gezichten. Ik ken er heel wat, maar lang niet allemaal. Ik ben geraakt. Ik dank God voor dit moment. En bid dat de woorden van het Evangelie zijn uitwerking niet zullen missen.

DSC00284 (Large) (2)Aan het eind van de avond wordt heel simpel uitgelegd wat Jezus aan het kruis heeft gedaan. De evangelist roept de Kabwa-mensen op tot berouw, om zich te bekeren, hun zonden te belijden aan God, en om het Evangelie te geloven. Heel veel mensen komen overeind om te bidden. God weet wat er in hun hoofd en hart omgaat. Maar de boodschap van het Evangelie maakt duidelijk veel los.

DSC00326 (Large)In de dagen erna horen we geweldige berichten uit de dorpen. We horen van mensen die tot geloof gekomen zijn en zich bij een kerk hebben aangesloten. Vrijwel alle kerken hebben deze week nieuwe leden verwelkomt. Jonge gelovigen die meer willen horen. We krijgen ook het nieuws dat verschillende moslims die de film hebben gezien, bij Jezus willen horen. Ze riskeren doelbewust enorme risico’s en zijn lid geworden van een kerk. We beseffen, dit is meer dan een enthousiaste reactie waar geen prijskaartje aan hangt. Op de bewuste maandag zijn er heel wat DVDs verspreid in alle Kabwa-dorpen. We horen van onze vertalers – die zelf in een van de dorpen wonen – dat in alle huizen waar elektriciteit is, in cafés, in hotels en waar dan ook, mensen bij elkaar komen en de film aan het bekijken zijn. Voorgangers zijn druk met het verwelkomen van nieuwe gelovigen. We zijn er stil van.

Afgelopen zondag mocht ik preken in een kerkje vlak naast het veld waar de film vertoond werd. Het was de meest vreugdevolle dienst die ik in de Kabwa-gemeenschap heb meegemaakt. Ik heb voor meer dan een uur gepreekt, en mensen hadden nog niet genoeg. Ik heb nooit zo’n grote honger gezien naar het Woord. Niet alleen van de nieuwe gelovigen die er die morgen waren, maar ook anderen die al langer christen zijn. We laten de gemeente een onlangs vertaalde brief uit het Nieuwe Testament horen in de Kabwa-taal. En we beloven: nog een paar jaar, en dan hebben jullie het complete Nieuwe Testament in jullie taal!

GEBED – God is aan het werk. Dank Hem daarvoor. En bid mee voor de Kabwa-mensen! Juist nu er zo’n grote honger is naar het Evangelie. En bid ook voor ons bijbelvertalers, dat we de komende jaren het Nieuwe Testament in de Kabwa-taal kunnen voltooien.

Het is geen geheim dat het zogenaamde ‘welvaartsevangelie’ enorme populariteit geniet in grote delen van de wereld, niet in het minst in Afrika. Tanzania vormt geen uitzondering, en nogal wat voorgangers preken wekelijks over een God die mensen materieel kan en wil zegenen, als men maar genoeg gelooft en genoeg geld geeft aan de kerk. Het accent ligt dan ook vaak op de voorwaarden en de beloofde zegeningen die te verwachten zijn. God komt natuurlijk ook ter sprake, maar dan vooral als Hij die de zegen geeft aan hen die erin geloven.

Toch kan het praten over het welvaartsevangelie allemaal een beetje abstract blijven, alsof het om een bepaalde theologie gaat, die verder niet veel met de gewone man te maken heeft. Daarom een verhaal over iets wat kort geleden gebeurde. Read More →

Column Reformatorisch Dagblad – ‘Een zendingskerk op het zendingsveld’
16 mei 2013

Als bijbelvertaler wil je graag in contact blijven met de mensen voor wie je de Bijbel vertaalt. Sinds een aantal jaren werk ik samen met het Kabwa Bijbelvertaalteam, om één van de kleine taalgroepen in het noorden van Tanzania te bereiken in hun moedertaal.

Op een zondagmorgen bezoek ik één van de kleine kerkjes in het gebied waar de Kabwa mensen wonen. De meeste kerkjes zijn klein. De gemeente die ik vandaag bezoek komt normaal samen in een simpel bouwsel van bamboestokken, rieten matten en plastic zeil. God zal niet minder blij zijn met de lofliederen die Hem hier vandaan bereiken, dan vanuit welke kathedraal dan ook. Maar vandaag is het kerkje leeg. We horen al snel dat de gemeente een vergelijkbaar schaduwrijk afdakje heeft gebouwd zo’n twee heuvels verderop.

Als we goed kijken zien we heel wat huisjes verspreid over de savanneachtige vlakte. De Kabwa stam is een volk dat leeft van het land, zorgt voor het vee, en bidt om de regen. Het is een hard leven. En iedereen beseft dat het christelijk geloof in het alledaagse leven tot nu toe nooit veel heeft betekend. Je zou het ‘zendingsveld’ kunnen noemen.

Al snel stromen van alle kanten mensen samen naar het provisorisch in elkaar gevlochten kerkje. Ik hoor dat vandaag de afsluiting is van een driedaagse serie van evangelisatie-diensten. Gemeenteleden hebben niet-christelijke vrienden uit de buurt uitgenodigd om samen te zingen voor God en om uitleg te krijgen over het Evangelie. Tijdens het voorstellen van ‘de evangelisten onder ons’ staat bijna de halve gemeente op. Ik word er stil van. Na de indringende preek wordt er gebeden voor de mensen die in de afgelopen dagen tot geloof zijn gekomen en bij de gemeente willen horen. Voor sommigen wordt kort gebeden. Voor anderen – mensen die in hun leven veel ruimte gegeven hebben aan de duistere machten – wordt met kracht en overgave gebeden om bevrijding. Ik bid mee, en kijk toe. Ik zie hier een gemeente die strijdt in Gods koninkrijk. Een gemeente waar mensen leven vinden. En dan realiseer ik me opeens weer: ik bevind me hier op zendingsveld. En… de zendelingen zijn de Kabwa mensen zelf! Kabwa gelovigen die echt geven om hun buren en vrienden, hen willen laten delen in de vreugde om God samen te prijzen, en dan met hen op de knieën voorin de kerk zitten om te bidden om vergeving en bevrijding.

Dr. Stefan Paas zei onlangs in deze krant: “Elk land kan zendingsbasis én zendingsland zijn.” Deze morgen zit ik in een gemeente waar God al volop aan het werk is, ook naar buiten toe. God heeft vaak geen blanke zendelingen nodig om de laatste ‘witte velden’ te bereiken. Toch hebben deze jonge gelovigen het Woord van God nodig om te groeien in het volgen van Hem. De Kabwa bijbelvertalers zijn bevoorrecht, want zij mogen Gods woorden voor hen laten klinken in de taal van hun hart.

Het is zondagmorgen, bijna 8 uur. Er staat iemand luid te claxonneren voor onze poort. Als ik met m’n nog ongekamde kuif ga kijken wat er aan de hand is, blijkt het één van mijn Tanzaniaanse collega’s te zijn. ‘Ben je klaar?’ roept hij enthousiast. Nou, nog niet dus. Ik nodig hem uit om binnen te komen, en geef hem een compliment dat hij zo lekker vroeg is. ‘Vroeg?’ vraagt hij verbaasd. We zouden toch 8 uur vertrekken. Als ik antwoord dat we pas rond een uur of half 10 zouden gaan, draait hij zich met een lach om en zegt: ‘Dan ga ik nog even wat buren begroeten!’  Ik hoop dat ze al wakker zijn, en klaar om met een veel te wakkere dominee aan de babbel te gaan….

Iets na negenen vertrekken we. Het is bijbelzondag. Een jaarlijkse zondag waarin we eropuit trekken om in verschillende kerken te vertellen over het bijbelvertaalwerk. Onderweg pikken we nog twee collega’s op. Iedereen zal vandaag wat doen. Onze wakkere dominee zal preken. De vertalers zullen uit hun vertaling voorlezen en uitleg geven, en ik zal wat vertellen over ons werk in de regio, plus nog een verrassing. We komen rond 10 uur aan bij het kerkje van rieten matten en plastic dak. Langzaam aan stroomt het kerkje vol, en klinkt het ene na het andere loflied. Zonder dak klinkt het eigenlijk wel net zo persoonlijk, zeker als je zingt terwijl je naar boven kijkt.

Het enthousiasme voor ons werk is groot. De vertaling spreekt voor zich. We hoeven mensen niet te overtuigen dat ons vertaalwerk mensen helpt om de Bijbel te begrijpen, dat spreekt gewoon voor zich als één van de vertalers verschillende stukken uit de Bijbel voorleest.

Het hoogtepunt van de dienst is het moment waarop we de eerste twee brieven van Paulus aan mogen bieden in de Kabwa-taal. We hadden de twee brieven in een klein boekje geprint en een stapeltje meegenomen voor de gemeente. Nadat we ze uitgedeeld hebben, begint iemand spontaan te zingen “Laten we onze God prijzen, want vandaag heeft Hij ons redding gebracht!” Een ontroerend moment. Tijdens de dienst hebben we wel vier keer een passage gelezen in de moedertaal, iets wat normaal nooit gebeurt. We zien deuren opengaan, ook in de kerkjes waar we regelmatig even op bezoek gaan. We danken God dat er steeds meer draagvlak en waardering komt voor het krijgen van de Bijbel in de moedertaal.

Na de dienst worden we uitgenodigd om bij de dominee te blijven eten. We zitten binnen te wachten, en het duurt nogal even voordat de dominee zelf komt. Ik loop nog even terug naar het kerkje, en daar zie ik hem met nog een aantal mensen om een meisje heen staan. Het meisje, zo’n 16 jaar, wordt al een hele tijd aangevallen door boze geesten die haar kapot willen maken. Haar ouders hebben haar meegebracht naar de kerk, en gedurende zo’n 30-40 minuten wordt er voor haar gebeden. Ik mag ook meestrijden door te bidden in Jezus’ naam. En door Hem alleen is het meisje bevrijd. Jezus leeft echt! Als we teruglopen naar huis, zegt de dominee tegen mij: “Dit gebeurt bijna iedere week. De duivel en zijn boze geesten hebben heel lang alle ruimte gekregen. We zien nu dat het Evangelie de duisternis afbreekt.”

De brieven van Paulus die nu beschikbaar komen voor de Kabwa-mensen, kunnen van doorslaggevende betekenis zijn om in de geestelijke strijd staande te blijven, en te overwinnen. We geloven in de kracht van het Woord!